“Die ouwe, celibataire kliek in Rome heeft daar niks mee te maken!”

29 december 2010

De Theologie van het Lichaam van paus Johannes Paulus II gaat over de context van de kerkelijke leer over lichamelijkheid, liefde en seksualiteit. Hier volgt een stukje uit “Naked without shame“, een lezingenserie van Christopher West (een gehuwde, Amerikaanse leek) over de Theologie van het Lichaam:

Wanneer Jezus in de Bergrede zegt dat je al vreemdgaat als je met begeerte kijkt naar een ander (vgl. Mt 5:27-30), zegt Hij eigenlijk: “Jullie hebben het gebod gehoord: ‘gij zult geen echtbreuk plegen’. Maar het probleem is: jullie wíllen echtbreuk plegen. De Wet zegt het ene en jullie hart wil het andere.”

Christus is in de wereld gekomen, niet om ons die wet door de strot te duwen, in ons opstandige hart. Hij is gekomen om dat opstandige hart te veránderen, zodat het in overeenstemming zou komen met de wet (vgl. Ez 36:26-27). En wanneer je hart in overeenstemming is met de wet, wanneer je niet langer wil vreemdgaan, heb je dat gebod niet meer nodig. Dan ben je vrij van de wet.

Een voorbeeldje … Is er hier in de buurt een echtpaar? Jullie twee daar, zijn jullie getrouwd? OK, hoe heten jullie? Vince en Becky. Vince … (gelach in de zaal) … Heb jij enig verlangen om Becky te vermoorden? Nee. Goed antwoord!

Vince heeft geen behoefte om Becky te vermoorden!

Vince. Heb je het gebod: ‘gij zult uw vrouw niet doden’ nodig?

Hij heeft het gebod niet nodig, omdat zijn hart volledig in overeenstemming is met het gebod! Hij heeft geen verlangen om zijn vrouw te vermoorden!
Dit is mijn punt: we hebben de wet alleen nodig wanneer ons hart ernaar verlangt om haar te breken. Wat dit betreft, is Vince dus vrij van de wet.

Vince, die wet: ‘vermoord je vrouw niet’ voelt niet als iets wat je opgelegd wordt, toch? (gelach) Ik weet zeker dat je niet ‘s nachts wakker ligt en zegt: “Waarom zegt die ouwe, celibataire kliek in Rome dat ik mijn vrouw niet mag vermoorden!?” (nog meer gelach) “Daar hebben zij verdorie niks mee te maken!” (applaus)

Zijn hart is in overeenstemming met de wet. En wanneer het hart in overeenstemming is met de wet, zijn we vrij van de wet. Niet vrij om haar te breken. Vrij om haar te vervullen! Christus is niet gekomen om de wet af te schaffen, maar om ons de kracht te geven de wet te vervullen. In zoverre dat iemand wordt geleid door de Heilige Geest [..] heeft hij geen wet meer nodig om geen overspel te plegen, want hij verlangt er niet naar.

Uit lezing 3 van “Naked without shame”, deel 5, 0:25-3:02
Vertaald uit het Engels door kattekliek

Alhoewel de Theologie van het Lichaam op het eerste gezicht vooral over seksualiteit gaat, is dat bij lange na niet het enige onderwerp; ze is veel breder dan dat. Via ons lichaam beleven en beïnvloeden wij de wereld om ons heen, en communiceren we met elkaar. God heeft een lichaam gekregen op het moment dat Hij mens werd. Hij heeft ons in Zijn lichaam  verlost, lijdend en stervend aan het kruis.

Bovenstaande stuk geldt – dat was hopelijk al duidelijk – niet alleen voor vreemdgaan, maar net zo goed voor alle andere zonden. Op seksueel vlak – vandaar ook de zinspeling op een tamelijk gebruikelijke reactie naar ‘het Vaticaan en haar regeltjes’ (de katholieke Kerk zegt in haar leer immers veel meer over seksualiteit dan alleen dat je je partner niet mag bedriegen). En ook voor zonden op andere levensgebieden. Daarmee is het enorm breed toepasbaar. Bij mij was het mede daarom echt een kwintje dat nu eindelijk op zijn plaats is gevallen :)

Zie ook Romeinen 7:1-8:17

De gehele lezingenserie “Naked without shame” is gratis te downloaden als MP3 via deze link. Als je de serie (ca. 12 uur!) toch wat aan de lange kant vindt ;) , kun je ook luisteren naar een samenvatting ervan: “Marriage and the Eucharist” (ca. 1 uur).


Bisschop over Love Parade-drama: straf van God of mediaflater?

7 augustus 2010

Heel even was ik erin getrapt, toen ik dit vandaag op teletekst las. “Allemachtig, hoe kán zo’n bisschop dat nou zeggen?” Maar het leek me toch wijs om eens even te kijken wat de context was. Al snel kwam ik uit bij het originele artikel van deze bisschop, mgr Andreas Laun. En wat blijkt: zijn woorden over een straf van God zijn totaal uit hun verband gerukt. Hij zei daarover namelijk het tegenovergestelde:

“[Es] steht [...] keinem Menschen zu, über die Toten zu urteilen und darüber hinaus zu behaupten, ihr Tod sei eine – natürlich gerechte – „Strafe Gottes“ für die Sündigkeit der Love-Parade, in deren Verlauf das Unglück geschah.”

Mgr Laun zei hier dus juist dat niemand het recht heeft om te beweren dat de dood van deze slachtoffers een terechte straf van God zou zijn voor de zondigheid van de Love Parade.

Zonde en straf
Toch kwam het wel zo in het wereldwijde nieuws. Waar liep het dan fout?

Na bovenstaande citaat gaf de bisschop een algemene, theologische verhandeling over Gods rechtvaardigheid en dat straf niet iets is wat verzwegen moet worden. Maar het ís iets wat allang – vele tientallen jaren – verzwegen is in de Kerk in West-Europa. Ja, en dat valt dus verkeerd (blijkbaar). Zeker omdat hij ook expliciet de zondigheid van festijnen als de Love Parade noemde.

Mgr Laun beëindigde zijn overweging als volgt:

“Die Menschen, die an der Loveparade teilgenommen haben, stehen wie alle Menschen vor Gott, Gott wird sie richten nach ihren Taten wie uns alle, Er richtet sie, nicht andere Menschen! An uns ist es für sie zu beten und für uns: Herr, erbarme Dich unser!”

Hier ging het dus niet specifiek over de deelnemers aan de Love Parade, die met hun daden voor God staan en door Hem geoordeeld zullen worden. Ja, een waarheid als een koe … iederéén zal geoordeeld worden naar zijn of haar daden. Maar of het nu zo slim was om dat zo te zeggen – voor een publiek dat niet meer over zonde en straf wil horen? Je kunt op je klompen aanvoelen, dat dat verkeerd opgevat zal worden.

De media bespelen
Nee, erg handig was het bepaald niet – je wéét immers dat je als katholieke bisschop je woorden in de media op een gouden schaaltje moet wegen. En nu plukt mgr Laun, samen met de gehele Kerk, de zure vruchten van deze onvoorzichtigheid. Het meest trieste is dat er waarschijnlijk weer een boel mensen de Kerk de rug toe keren, moegebeukt en geïndoctrineerd door alle negatieve berichtgeving.

Wanneer komt er nu eens een media-afdeling van de Kerk die echt wat in de melk te brokkelen heeft? Die weet hoe je de media moet bespelen en die weet wat je wel en wat je vooral níet moet zeggen? Waar je als bisschop terecht kan om advies in te winnen voordat je met mogelijk precaire informatie ‘live’ gaat? Dan zou zoiets als dit toch niet hoeven gebeuren?

Er is nu eenmaal een bewuste drang van de seculiere media om de Kerk in een kwaad daglicht te stellen. Daar moeten de Kerk als geheel en de bisschoppen in het bijzonder zich tegen wapenen. Dat zijn ze verplicht aan al die zielen die nu nog met een zijden draadje aan haar hangen.

Heel even was ik erin getrapt, toen ik dit vandaag op teletekst las: “Allemachtig, hoe kán zo’n bisschop dat nou zeggen?” Maar het leek me toch wijs om eens even te kijken wat de context was. Al snel kwam ik uit bij het originele artikel van deze bisschop, mgr Andreas Laun. En wat blijkt: zijn woorden zijn totaal uit hun verband gerukt. Hij zei namelijk het tegenovergestelde:

Melaatsheid en de biecht

3 november 2008

Jezus-en-de-tien-melaatsenEen overweging n.a.v. de reiniging van tien melaatsen door Jezus (Lc 17:11-19)

Inleiding
Tien melaatsen zagen Jezus en smeekten Hem van afstand om hen te genezen. In de wet van Mozes waren er strikte regels voor melaatsen. Vanwege de besmettelijkheid van hun ziekte mochten ze niet tussen de andere mensen wonen, en alles wat ze aanraakten, werd als onrein beschouwd. Dacht een melaatse dat hij genezen was, dan moest hij dat laten controleren door een priester. Was het inderdaad zo, dan werd een ritus van offers en reiniging ingezet en daarna mocht de ex-melaatse weer tussen de gezonden gaan wonen. Welke offers er gebracht moesten worden, hing af van de draagkracht van de betrokkene (Lv 14:1-32).

Jezus genas de tien melaatsen niet ter plaatse, maar beval hun – toen nog steeds ziek – naar de priesters te gaan om zich te laten controleren. Op weg daarnaartoe verliet hun melaatsheid hen. Eén van hen, een Samaritaan, was zo blij en dankbaar, dat hij terstond naar Jezus terugkeerde en zich voor Hem op de knieën wierp. Jezus verbaasde Zich erover, dat alleen deze vreemdeling teruggekeerd was; de anderen waren immers ook genezen? Hij vertelde de Samaritaan, dat diens geloof hem redding had gebracht.

De zonde: geestelijke melaatsheid
Melaatsheid, oftewel lepra, is tegenwoordig prima te genezen. Maar er is een geestelijke melaatsheid, die van alle tijden is en waarmee ook wij nog steeds te kampen hebben: de zonde. Steeds opnieuw gaan we in de fout. De zonde is een onreine staat waarvan alleen God ons kan genezen. Je zou zonde ook besmettelijk kunnen noemen. Niet voor niets, dat ouders hun kinderen liever niet met “foute” vrienden zien. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet.

Voorafbeelding van de biecht
Veel dingen uit de tijd van het Oude Testament zijn voorafbeeldingen van de komst van Jezus en de Kerk. Zoals de melaatse toen naar de priester moest om weer rein verklaard te worden, zo is er nu de biecht voor de zondaar om weer in het reine te komen met God. De joodse priester bekeek of iemand genezen was. De christelijke priester heeft vanuit zijn wijdingsambt de volmacht om in Naam van de H. Drievuldigheid een zondaar met oprecht berouw van zijn zonden te ontslaan. Om het proces af te maken, volgt hierop de penitentie, vergelijkbaar met de offers voor de melaatse. Net als in het Oude Testament: ieder naar draagkracht.

Biecht-WJDDe functie van de priester is in geen van beide gevallen die van geneesheer. God is Degene die geneest en Hij heeft via de tempeldienst en later via de sacramenten de genezing midden in de geloofsgemeenschap gezet. Hiermee werd voorkómen, dat iemand zei een genezing gehad te hebben, terwijl dat misschien helemaal niet het geval was. Anders zou hij enkel zichzelf en anderen voor de gek gehouden hebben, al dan niet opzettelijk.

Onvolledig en volledig berouw
Een ex-melaatse blijft alleen gezond, als hij niet opnieuw omgaat met andere melaatsen. Gedurende de jaren van zijn ziekte zal hij zeker vrienden gemaakt hebben in de melaatsenkolonie. Maar die moet hij nu difinitief achter zich laten, wil hij niet opnieuw ziek worden.

Ook wij hebben vaak vriendschap gesloten met onze zondige gewoontes. Als we gereinigd zijn in de biecht, kunnen we hier toch gemakkelijk weer naar terugkeren. Oprecht, maar onvolledig berouw (angst voor de straffen van God) is zeker genoeg voor een geldige biecht. Bij volledig berouw (enorme spijt en verdriet, puur uit liefde voor God) zal de zondaar wel minder gemakkelijk terugvallen. Zijn zondige gewoontes – die vrienden uit het verleden – lonken nog steeds. Maar de allesomvattende liefde van de God in Wie hij gelooft en op Wie hij vertrouwt, weerhoudt hem ervan om naar die vrienden terug te keren.

Blijvende bekering
Waren die negen melaatsen, die niet terugkwamen naar Jezus om Hem te bedanken, niet rein geworden? Jawel, zo wordt het duidelijk verteld door de evangelist. Ook zij hebben zich door de priesters laten bekijken en werden weer in de gezonde maatschappij opgenomen. Maar de kans op terugval was levensgroot aanwezig, omdat ze niet ten volle hun vertrouwen op God stelden. Dat is het verschil met deze ene Samaritaan, die God mateloos dankbaar was en geloofde dat hij met Diens genade niet terug zou vallen in ziekte en afgescheidenheid. Groei is een proces van vallen en opstaan. Het is dan ook niet fout om weer te gaan biechten vanwege herhaling van dezelfde hardnekkig zonde – integendeel! Maar alleen een groot geloof in de liefde van God en de genade die Hij je in het sacrament van de biecht geeft, zal je uiteindelijk echt los doen komen van die zonde.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 27 other followers