Een week of drie na het beginnen met Twitter is gebleken dat het toch niet voor mij is.
Hartelijk dank aan ieder die me heeft willen volgen. In het vervolg houd ik het gewoon weer bij dit blog.
Een week of drie na het beginnen met Twitter is gebleken dat het toch niet voor mij is.
Hartelijk dank aan ieder die me heeft willen volgen. In het vervolg houd ik het gewoon weer bij dit blog.
Zalig Kerstmis aan alle lezers van ‘kattekliek’!
Om Kerstmis ook online te vieren, hierbij een (voor ons) minder gebruikelijk lied – maar daarom nog niet minder mooi. Het is in het Arabisch (Engelse vertaling staat erbij):
In deze week voor Kerst is mij een haas in de schoot geworpen. Zomaar, toevallig. Nou, zo’n lekker hapje versmaad ik niet!
Daarom heb ik een scherp vleesmes geleend (!), het arme beest in stukken gesneden, en een recept ervoor opgezocht op internet. Nu staat hij te sudderen in een sausje met veenbessen en rode wijn. De haasschotel gaat straks de vriezer in, om er op Kerstavond weer uit te komen. Dan gaan mijn man en ik ervan smullen voordat we naar de Nachtmis gaan (wel in een dusdanig bescheiden hoeveelheid, dat Herman Finkers zich geen zorgen hoeft te maken; de rest van het enorme dier eten we later nog wel een keer op).
Zoektocht
Wat is hier nu zo opzienbarend aan? Het feit dat ik semi-vegetariër ben (en dan meer ‘vegetariër’ dan ‘semi’; ik eet hoogstzelden vlees). Een logische vraag is dan: waarom heb ik die haas aangenomen? Er had ook wel iemand anders mee blijgemaakt kunnen worden. En een nog evidentere vraag: waarom ben ik überhaupt semi-vegetariër, en niet ‘gewoon’ vegetariër of ‘gewoon’ omnivoor?
Het antwoord op beide vragen is: ik ben zoekende, en momenteel zijn het semi-vegetariërschap en het accepteren van een toevallig ‘langsvliegende’ haas de uitdrukking van die zoektocht. Ik worstel al meerdere jaren (eigenlijk vanaf het moment van mijn bekering) met de vraag: wel of geen vlees eten? Daarvóór at ik het wel; niet dagelijks, maar toch meerdere malen per week. Deze zoektocht heeft zich achtereenvolgens geuit in: volledige vleesonthouding (vis at en eet ik wel, daarover hieronder meer), het eten van halal niet-bioïndustrievlees, en (nu) het hoogstzelden eten van vlees – alleen vanuit specifieke overwegingen.
De Goede Herder
De reden dat ik niet langer gedachteloos een lapje vlees kan verorberen, heeft o.a. te maken met de vraag: “What would Jesus do?”. Dat is misschien wat al te populair-evangelisch gesteld, maar het is feitelijk niets anders dan de navolging van Christus – iets waar ik net als elke christen toe geroepen ben.
Als Jezus vegetariër geweest zou zijn, dan was dat duidelijk vermeld in de Bijbel. Joden zijn verplicht om vlees te eten, namelijk lam met Pasen (Ex. 12). Jezus heeft de gehele Joodse Wet vervuld. Zou Hij om wat voor reden dan ook het eten van vlees hebben afgewezen, dan was dat groot nieuws geweest (vgl. bijv. Mt. 19 over de mozaïsche echtscheidingsregeling). En zulk nieuws was er niet. Jezus vierde het Joodse Paasfeest (Mt 26:17-35) . Alhoewel de eerste viering van de Eucharistie daar de wereld voor altijd zou veranderen, waren de voorbereidingen voor het Pesachmaal kennelijk heel gewoon, dus mét lamsvlees.
Maar betekent dat dat Jezus de huidige vleeseetpraktijken zou goedkeuren? Ik heb daar mijn grote twijfels bij. Hij is de Goede Herder, die – wanneer er honderd schapen zijn en één daarvan is kwijt – achter dat ene verloren schaap aangaat (vgl. Lc. 15). Dat beeld gaat natuurlijk over God en de mensen. Tegelijkertijd zegt het iets over hoe herders met hun schapen om dienden te gaan volgens Christus en Zijn publiek. Als de norm was: och, maakt helemaal niks uit, gewoon geld verdienen, dat ene dier maakt het verschil niet – dan hadden zij de parabel van het verloren schaap niet begrepen. Of afgedaan als vroom gekwezel, ver bezijden de waarheid. Maar de norm was blijkbaar zo hoog als Jezus hem stelde: elk schaap in de kudde telde mee en diende met respect en aandacht behandeld te worden.
Huidige slachtpraktijk
De manier waarop dieren in ons land geslacht worden, is een probleem (daarop richt ik mij in deze blogpost; dat betekent niet dat ik voorbijga aan het dierenleed in de bioïndustrie, wat een probleem op zich is).
Bij Nederlandse wet is geregeld dat onnodig dierenleed bij de slacht voorkómen moet worden. Ook volgens religieuze regelgeving rond de halal en kosjere slacht is dat het geval. De praktijk is helaas anders. Door tijdgebrek, gebrek aan vakmanschap en uit winstoogpunt vinden er zowel bij de conventionele als de halal slacht (kosjer komt in Nederland niet of nauwelijks voor) heel veel misstanden plaats. Dieren worden ruw behandeld. De handeling om te doden (halssnede, pin in de kop schieten o.i.d.) gaat door haast en broddelwerk regelmatig fout – met vaak minutenlange marteling, paniek en doodsstrijd als direct gevolg.
Controleurs krijgen hier niet goed de vinger op, omdat hun komst tijdig verklikt wordt en de slachtlijn dan een tandje of wat lager wordt gezet en de dieren met meer tact en voorzichtigheid worden behandeld. Maar er zijn voldoende beelden gemaakt met verborgen camera’s om te weten hoe het eraan toegaat zodra die controleurs hun hielen gelicht hebben. Ongetwijfeld zijn er ook slachthuizen waar dit soort praktijken vermeden worden. Voor de dieren die de pech hebben in een ander slachthuis te belanden, is dat een erg schrale troost.
Rentmeesterschap
De reden dat ik aan het begin van mijn gelovige leven vegetarisch ben gaan eten, is niet omdat ik dacht dat vlees eten slecht was. Als Jezus wél vlees at tijdens Zijn leven op aarde, wie ben ik dan om dat rigoreus af te wijzen? Maar ik wilde me houden aan goed rentmeesterschap. Dieren fatsoenlijk behandelen tijdens hun leven en ook als ze geslacht worden.
Goed rentmeesterschap is niet hetzelfde als: dieren allerlei menselijke eigenschappen toedichten en vleeseten vervolgens verwerpen als ware het moord. Wel kan met boerenverstand en ook uit wetenschappelijk onderzoek geconcludeerd worden, dat dieren zeer wel in staat zijn om stress en pijn te voelen. En ook, dat de manier waarop dieren in de huidige tijd worden gefokt, vervoerd en geslacht daar vaak debet aan is. God bedoelde wat anders toen Hij de aarde en al wat daarop leefde aan de mens toevertrouwde om er op een wijze en nette manier gebruik van te maken (Gn 1:28).
OK, zo werd ik dus vegetariër. Later ging ik toch weer met enige regelmaat vlees eten. Ik dacht de juiste slachtmethode gevonden te hebben: halal. De regels omtrent die manier van slachten zijn streng. Bij een goede halssnede – gemaakt door een kundig slager met een vlijmscherp mes – is het dier door bloedverlies binnen enkele seconden bewusteloos. Dieren die niet uit de bioïndustrie kwamen en die halal geslacht waren, ging ik weer eten.
Totdat ik zeer onlangs ontdekte – door schokkende beelden uit de Nederlandse halal-slachtpraktijk – dat de theorie mooi is, maar de praktijk even rampzalig als bij ‘gewoon’ vlees. Als het niet erger is; in de conventionele slacht worden de dieren tenminste nog verdoofd. Heel rap schrapte ik het broodje döner weer van mijn menu. Want ook dáár: geen goed rentmeesterschap.
Wild en vis
Nu ben ik dus weer bijna-fulltime vegetariër. Voor wild – zoals de haas die hier nu heerlijk staat te geuren op het fornuis – en voor vis maak ik een uitzondering. Waarom? Die dieren lijden toch ook als ze gedood worden? Een vis krijgt een haak in zijn bek, wordt geplet in een net of stikt aan de wal. En jagers zijn zelden zulke scherpschutters dat het wild prompt morsdood voor hun voeten neervalt – het ene moment nog vredig grazend en het volgende moment zonder enige wetenschap van pijn of leed.
Ja, dat is zo – en ik twijfel daarom of ik er goed aan doe. Van de andere kant kijk ik naar wat mogelijk is. Kan vis gevangen worden zonder leed? Nee, ik denk het niet – je kunt moeilijk het water volstorten met verdovend middel voordat je je net of hengel uitwerpt. Toch achtte Jezus dit een volkomen acceptabele methode om aan voedsel te komen (vgl. o.a. Mt 13:47-50, Lc 5:1-11, Joh 21:1-14). Ook bij de jacht is het welhaast onmogelijk om dieren helemaal niet te laten lijden voordat ze doodgaan. Het is niet realistisch om met je verdovingsgeweer op pad te gaan. Wilde dieren sterven eigenlijk nooit een pijnloze dood. Ze worden geschoten of gestrikt, en anders gaan ze dood in de klauwen van een roofdier, door een ziekte, door honger of door dorst.
Tamme, gefokte dieren daarentegen staan geheel onder de macht van hun eigenaar. Die kan ze langzaam en pijnlijk ombrengen (zo is het in China niet ongewoon om honden op te hangen of om katten in kokend water te gooien en ze daarna – soms terwijl ze nog leven – te villen). Hij kan ze echter ook geheel pijnloos doden. Vanuit overwegingen van goed rentmeesterschap is hij dat m.i. verplicht aan schepsels die net als hijzelf pijn en angst kunnen voelen.
Persoonlijke overwegingen
Ik ben geen die-hard-vegetariër. Toch merk ik dat mijn overwegingen vaak weerstand oproepen bij mensen die regelmatig vlees eten. Ik wil hun toch zeker niet het lekkere lapje vlees uit de mond stoten?! Nee. Zelf weet ik prima hoe lekker vlees is. Bovendien is het – met mate en de magere soorten in aanmerking genomen – zeer gezond. Dat ikzelf inmiddels kundig met vegetarische ingrediënten ben en daarmee gezonde en ook prima smakende maaltijden kan maken, doet daar helemaal niets aan af.
Bovenstaande zijn persoonlijke overwegingen. In de redenering erachter zitten wel de nodige gaten. Zo kun je vissen ook gewoon laten zwemmen en hazen laten rondhuppelen; dat ze dan misschien ziek worden of door een roofdier worden gegeten, wil niet zeggen dat ze door mensen aan een pijnlijk einde mogen komen. Tja, ik weet ook niet precies wat goed en wat slecht is. Mijn vleesconsumptie jojoot niet voor niets al meer dan een half decennium heen en weer; en dat gejojo is nog niet afgelopen, denk ik …
In ieder geval is er geen enkele reden om je door mij bedreigd te voelen. Ook geen enkele reden om mij af te kammen, zo van: “Sjonge, van die hoge principes, vólg ze dan ook!” (iets wat ook regelmatig gebeurt in gesprekken hierover). Ik ben niet heilig; ik probeer zo goed en zo kwaad als mogelijk te leven in en met de realiteit van alledag. Mijn principes zijn vaak een stuk verhevener dan mijn daden.
Daarentegen hoor ik graag jullie overwegingen; het helpt mij misschien in mijn verdere zoektocht, zoals dit verhaal misschien in die van jullie helpt.
Momenteel razen de berichten over kindermisbruik als een misselijkmakende tsunami door Nederland. Steeds komen er nieuwe zaken boven tafel. Vandaag stonden er op de voorpagina van NOS-Teletekst, waarop in totaal negen koppen passen, maar liefst drie berichten over kindermisbruik en –porno!
Murwgeslagen
Ben ik nu de enige die hierdoor murwgeslagen word? De (virtuele) inkt van het ene bericht is nog niet opgedroogd en, hopla, daar is het volgende alweer! Ik word er ziek van. En dan te lezen over hoeveel slachtoffertjes het vaak gaat, en hoe jong! Het jongste misbruikte kind in een zojuist ontdekt internationale kinderpornonetwerk was een half jaar! BAH!
In de tussentijd gaat berichtgeving over kindermisbruik binnen de katholieke Kerk ook door:
Eind vorige week de presentatie van het tussenrapport van commissie-Deetman en deze week het vervolg op dat nieuws. En ook een wiki-leak over een Amerikaans diplomatiek bericht waarin vermeld werd, dat het Vaticaan enkele jaren geleden weigerde mee te werken aan onderzoek naar het misbruik in de Ierse Kerk.
Botte reacties
Nu zijn er ineens heel veel berichten over kindermisbruik buiten kerkelijke kring; allemaal zeer recente zaken. Wat zal dit met de publieke opinie doen? Alhoewel het van mij nu écht wel op mag houden met nieuwe zaken (tenzij ze er zíjn natuurlijk; beter in het nieuws komen dan onbekend te blijven), benieuwt mij dat wel.
Vanochtend op de fiets luisterde ik naar de jongste aflevering van The Break, podcast van pastor Roderick Vonhögen. Hij verzuchtte, dat er op werkelijk elk bericht (ongeacht het onderwerp) dat hij op zijn Nederlandse Twitter-account plaatst, botte reacties komen van mensen die hem niet eens kennen. Hij is een priester en ‘dus’ een pedo en wat nog niet meer.
“Allemaal pedo’s”
Worden mannelijke medewerkers van kinderdagverblijven nu ook “allemaal pedo’s”? En jeugdtrainers, en sportleraren? Ik hoop van niet. Hopelijk werkt het eerder andersom, en worden katholieke geestelijken nu eindelijk pedo-áf in de publieke opinie.
Enige illusie over het volledig uitbannen van kindermisbruik koester ik niet. Maar het helpt in ieder geval zeker niet om mensen in een hoek te duwen waar ze niet thuishoren (en dan heb ik het – dat moge duidelijk zijn – níet over de priesters of bisschoppen die daadwerkelijk kinderen hebben misbruikt of die zulke zaken in de doofpot hebben gestopt).
Al eerder betoogde ik, dat het nergens op slaat om een hele bevolkingsgroep aan te kijken op iets wat een kleine minderheid heeft misdaan. Het is beter door te gaan met de waarheid – in zowel kerkelijke als seculiere kring – boven tafel te krijgen, en te proberen de slachtoffers zo goed mogelijk te steunen en tegemoet te komen. Onschuldigen stigmatiseren hoort daar niet bij. Nog los van dat het onterecht is, haalt het misschien juist de aandacht van de echte daders weg.
Het is vandaag Zondag Gaudete. “Verheugt u altijd in de Heer, ik herhaal het, verheugt u!” (Fil. 4:4), zo luidt deze dag de intredezang. Een vrolijke noot in een tijd van inkeer. Daarom is de liturgische kleur nu roze, een mengeling van het paars van de Advent en alvast een vleugje wit van de aankomende Kerst.
In kerken en ook in veel huizen staat of hangt een adventskrans. Op elke zondag tijdens de Advent wordt hierop een extra kaars aangestoken. Vaak staan er drie paarse en een roze kaars. Vandaag is het dan de beurt voor de roze kaars om aangestoken te worden.
In huize kattekliek geen adventskrans. Wel – sinds vandaag – een setje kaarsen dat ook prima dienst kan doen in de Advent. Maar ook na de Advent; alle liturgische kleuren zijn erin vertegenwoordigd. Elke zon- en feestdag kan de kleur van toepassing worden gekozen.
Vandaag is het kaarsensetje in gebruik genomen bij het ochtendgebed. De roze kaars – wat klein uitgevallen (immers: behalve vandaag hoeft hij alleen op Zondag Laetare, halverwege de Veertigdagentijd te branden) – staat naast zijn broeders in de overige kleuren, die nu nog een maagdelijk wit lontje hebben.
Volgende week is het de beurt aan paars; daarna wit.
De Heer is nabij, het is bijna Kerst!
Elke zondag bidden mijn man en ik samen de lauden – het getijdengebed in de ochtend. Een mooie vorm van oecumene (hij is namelijk protestant). Bovendien zorgt het voor een gezamenlijk gebedsmoment, ook als wij die dag niet samen naar de kerk gaan.
Helaas zijn de getijden – die ik voorheen heel vaak bad – verder langzaam maar zeker uit mijn dagelijkse routine weggeslopen. De hoogste tijd om daar verandering in te brengen!
Eeuwenoude wijsheid
Recentelijk heb ik moeite om een goed dagelijks ritme aan te houden én is mijn gebedsleven nogal ingezakt (die dingen gaan vaak hand in hand …). Daarom heb ik besloten om gebruik te gaan maken van een eeuwenoude wijsheid, welke de hedendaagse auteur Wil Derkse heeft verwoord als: ‘de kunst van het beginnen en het ophouden’.
Bij mij gaat het dan vooral om dat laatste: hoe en wanneer op te houden met een taak? Ik heb een stok achter de deur nodig – en een stevige, ook! – om niet urenlang achter de computer te blijven plakken en daardoor andere bezigheden (huishouden, ‘ouderwets’ lezen, sociale contacten, enz.) te laten versloffen.
Afwisseling
Bij beschouwende kloosterordes verloopt de dag volgens een vast stramien. Klokkengelui geeft de afwisseling tussen werk, gebed en rust aan. Als je net lekker aan het werk bent, of je bent geconcentreerd aan het lezen, dan ga je daarmee toch niet door als de klokken luiden. Je rondt af waar je mee bezig was, en gaat naar de plaats waar je op dat moment verwacht wordt – bijvoorbeeld de kapel of de refter (eetzaal).
Ook buiten de kloostermuren is het goed om een gezonde afwisseling van activiteiten en rust aan te houden. Maar in mijn leven ontbreken de luidende klokken, evenals medekloosterlingen die mij helpen in het onderhouden van een goed levensritme. Het moet toch mogelijk zijn om mij op een andere manier te herinneren aan het belang van afwisseling?
Moderne techniek
’s Ochtends gaat het best goed. Immers, mijn baas verwacht me op kantoor, en daarom zit er niets anders op dan – ook al is het nog donker – tijdig uit bed te komen en na een kop koffie en een stevig ontbijt op de fiets te stappen. Ook mijn werkdag heeft zijn eigen ritme, die geen specifieke aanvulling behoeft.
De avonden zijn echter het ‘probleemkindje’ bij mij. In de namiddag van het werk thuisgekomen, kruip ik vaak direct achter de computer. En dan is het lastig om daar nog weg te komen. Soms vergeet ik zelfs om te eten, en zit er dan nóg als mijn man – laat – van zijn werk terugkeert.
Bij gebrek aan kerkklokken, roep ik nu de hulp van de moderne techniek in. En wel door in een digitale agenda aan te geven dat ik op vaste tijden de avondgetijden wil gaan bidden. De vespers om 18.00u, en dan koken en eten. De completen om 21:30u; als ik die bewuste avond geen afspraken heb, anders sla ik ze over. Daarna geen computer meer, maar tijd om naar bed te gaan.
Stok achter de deur
‘Wíl gaan bidden’, zeg ik … Nou ja, het zal wel vaak zo zijn dat ik denk: “Hè, ik ben nét zo lekker bezig!”. Immers, het typvlees is zwak
Maar dat is nu juist waarom ik zo’n stok achter de deur nodig heb. Zes uur is zes uur, en half tien is half tien. Als ik meer tijd nodig heb voor datgene waar ik dan mee bezig ben, is er altijd nog de sneltoets Ctrl-S, en dan later maar weer verder!
Jullie, beste bloglezers, zijn ook een stok achter de deur. Want jullie zullen vast wel willen weten of het mij daadwerkelijk gaat lukken om deze ‘kunst van het ophouden’ toe te passen – en in hoeverre het me helpt. Daarom:
Wordt vervolgd …
Enkele weken geleden berichtte ik over een Amerikaans stel dat een weblog met internetverkiezing was begonnen. Hun kindje wel of niet laten aborteren? Daarbij mijn vraag waarom ze zoiets in ’s hemelsnaam deden, en een oproep om te stemmen – just in case.
De zwangerschap in kwestie is uiteindelijk niet afgebroken, gelukkig. Maar verder? De ‘one minute of fame’-optie is de meest waarschijnlijke. Al zijn de blogposts van meneer en mevrouw ‘wel-of-niet-abortus’ zó lang en wollig dat het moeilijk uit te maken is hoe serieus dit nou eigenlijk was (tip: lees ze niet!
).
Dit gebeuren trok mijn aandacht enkele weken geleden. Maar alles wat ik nu kan concluderen is: het was niets dan een electronenstorm in een wirwar van netwerkkabels. Ja, dit heeft wel een hoog ‘DUH’-gehalte, hè!
Kattekliek leerpuntje: voortaan geen oproepen meer op mijn blog plaatsen om te stemmen op halfzachte, rare polls.