“Door Hem en met Hem en in Hem…”

priester-in-MisBij “Zoals men bidt, gelooft men (2)” ontstond er een discussie over het door allen meebidden van de doxologie aan het einde van het Eucharistisch Gebed. Ik beloofde toen om een artikel te plaatsen dat enkele jaren geleden door een Utrechtse pastoor was geschreven. Bij dezen!

“Door Hem en met Hem en in Hem zal Uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid”.

U zult deze indrukwekkende woorden ongetwijfeld herkennen als de slotwoorden van het Eucharistisch Gebed: de doxologie oftewel lofprijzing. Hierop antwoorden de aanwezige gelovigen: “Amen”. Dit “Amen” wordt wel het “grote Amen” genoemd, omdat het in feite een beaming is van het gehele Eucharistisch Gebed.
Jammer is het dat nu juist dit gedeelte van de Eucharistische liturgie aanleiding is geworden tot verwarring en zelfs af en toe ontaardt in een stijdpunt. In dit artikel wil ik proberen de misverstanden die hieromtrent zijn ontstaan uit de wereld te helpen.

In veel kerken in ons land is het tegenwoordig te doen gebruikelijk dat alle aanwezigen de grote doxologie meebidden. Dat stuit op weerstand bij sommige aanwezigen en veroorzaakt dus al direct een ongewenste situatie: mensen voelen zich geërgerd op het hoogtepunt van de viering. Daarnaast wordt er ook tegenstand opgeroepen als de priester probeert de mensen ervan te overtuigen dat hij de doxologie alleen dient te bidden, uiteraard samen met eventuele concelebranten. Er zijn mensen die zich daar hevig tegen verzetten en het gevoel hebben dat hun iets ontnomen wordt, als de priester probeert deze liturgische regel door te voeren. Het is een verworvenheid zegt men dan; men meent er recht op te hebben.
Nu moet om te beginnen worden opgemerkt dat de viering van de Eucharistie, en het daaraan mogen deelnemen, pure genade is, en op genade heeft een mens nooit recht. De liturgie is aan regels gebonden en een van die regels is dat het gehele Eucharistisch Gebed door de priester wordt gebeden, inclusief de grote doxologie. Tijdens het Eucharistisch Gebed zijn er slechts twee momenten waarop ook de andere aanwezigen zich laten horen: bij het Sanctus en bij de acclamatie na de Consecratie, als de priester heeft gezegd: “Verkondigen wij het mysterie van
het geloof”. In beide gevallen worden de aanwezigen uitgenodigd tot actieve participatie. Bij de grote doxologie is dat nadrukkelijk niet het geval.
Van het grootste belang hierbij is het inzicht waarom het Eucharistisch Gebed, en dus ook de doxologie, is voorbehouden aan de priester.

Tiidens het Eucharistisch Gebed treedt de priester op “in persona Christi”, in de persoon van Christus. Bij de priesterwijding gebeurt er iets met de wijdeling, waardoor hij in het vervolg in bepaalde – sacramentele – situaties kan optreden als Christus Zelf. Dat is met name het geval bij de viering van de Eucharistie (en bij het sacrament van Boete en Verzoening). In het Eucharistisch Gebed bidt de priester tot de Vader, als Christus, die het Hoofd is van Zijn Kerk, mede namens alle aanwezigen, de ledematen van de Kerk. Let u maar eens op: het persoonlijk voornaamwoord dat de priester gebruikt is bijna altijd “wij”. Dat betekent niet “wij mensen”, nee, dat betekent: Christus, vertegenwoordigd door de priester, en Zijn Kerk, waartoe alle aanwezigen behoren. Op het hoogtepunt van de viering gaat de priester over op de eerste persoon enkelvoud: “Dit is Mijn Lichaam ….. Dit is Mijn Bloed”. Hier spreekt hij dus alleen namens Christus.

Er wordt wel eens gezegd: “de priester aan het altaar heeft geen gezicht”. Daarmee wil men tot uitdrukking brengen dat de priester niet namens zichzelf het Eucharistisch Offer voltrekt, maar dat het de Heer Zelf is, die zich aanbiedt aan de Vader, in een tegenwoordigstelling van de gebeurtenissen van Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasmorgen. Het is alsof de dimensies van tijd en ruimte wegvallen. Wij zijn echt aanwezig bij de hoogtepunten van de heilsgeschiedenis. En dat is alleen mogelijk omdat de priester Christus daadwerkelijk vertegenwoordigt terwijl hij het Eucharistisch Gebed uitspreekt.

Ieder liturgisch gebed eindigt met een aanroeping van de Allerheiligste Drie-eenheid. De meest gangbare voor de oraties tijdens de Eucharistieviering en het Getijdengebed is: “Door onze Heer Jezus Christus uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God door de eeuwen der eeuwen”. Die aanroeping wordt uitgesproken door degene (in de Eucharistieviering altijd de priester) die ook het gebed uitspreekt, waarop de overige aanwezigen “Amen” zeggen. Die aanroeping vormt namelijk een onlosmakelijk deel van het gebed in kwestie. Zo is het ook met de grote doxologie; die vormt een onlosmakelijk deel, ja zelfs de algehele samenvatting, van het Eucharistisch Gebed. Ook hier is sprake van een aanroeping van de Drie-eenheid, met de nadruk op het feit dat wij mensen de Drie-eenheid alleen maar kunnen prijzen door Jezus Christus, die bij de Consecratie op het altaar aanwezig is gekomen, middels de woorden die de priester namens Hem heeft uitgesproken.

Er zijn dus tenminste twee goede redenen waarom de Kerk heeft bepaald dat de grote doxologie is voorbehouden aan de priester. Op de eerste plaats vormt deze de trinitaire afsluiting van het Eucharistisch Gebed, waarin de priester zich in naam van de hele gemeenschap, door Christus, in de heilige Geest, richt tot de Vader, om paus Benedictus XVI te citeren (De geest van de liturgie). Op de tweede plaats lijkt het nu alsof het “Amen” alleen maar geldt voor de doxologie die de mensen hebben meegebeden. Maar dat is absoluut niet het geval. Dit “grote Amen” is bedoeld a1s “Amen” op het hele Eucharistisch Gebed, zoals het “Amen” op ieder gebed is bedoeld als “Amen” op het gehele gebed.

In zijn brief aan de priesters bij gelegenheid van Witte Donderdag, in het jaar 1999, benadrukt Paus Johannes Paulus II het belang van het bidden van de grote doxologie door de priester: “… op deze speciale dag danken wij God voor de gave van het priesterschap. Wij danken voor de gave van de Eucharistie die wij als priesters vieren. De doxologie waarmee het Eucharistisch Gebed eindigt is van fundamenteel belang in iedere Eucharistieviering. In zekere zin geeft deze uitdrukking aan het hoogtepunt van het Mysterium Fidei, de kern van het Eucharistisch Offer, dat voltrokken wordt op het moment dat wij, door de kracht van de heilige Geest, brood en wijn veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus, zoals Hij dat Zelf voor de eerste maal in de Bovenzaal heeft gedaan. Als het Eucharistisch Gebed zijn climax bereikt, juist op dat moment, richt de Kerk, in de persoon van de gewijde bedienaar, deze woorden tot de Vader: “Door Hem en met Hem en in Hem zal Uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid”.

Ik hoop dat ik u in het voorafgaande heb kunnen uitleggen waarom de afsluiting van het Eucharistisch Gebed is voorbehouden aan de priester, daarbij duidelijkheid scheppend over de rol van de priester in het grootste geheim van ons geloof.

Geschreven door (voormalig) pastoor J.W.M. van Dril osa van de Utrechtse kathedrale parochie; overgenomen uit Binnenstad Bericht (april 2007) met toestemming van de huidige pastoor N. Schnell.

About these ads

20 reacties op “Door Hem en met Hem en in Hem…”

  1. Helen zegt:

    “De priester aan het altaar heeft geen gezicht”.
    Het tegendeel kom je vaak tegen, bij voorbeeld als de priester de gelovigen eerst te communie laat gaan, voordat hij het Brood (Lichaam van Christus) en de Wijn (Bloed van Christus) tot zich neemt.
    Dan begrijpt de priester iets niet. Hij voelt zich middelpunt van een feestje, waar hij gastvrij wil optreden.

    Vanmorgen kon ik het niet laten om een stukje RKK te kijken, de uitzending van de eucharistieviering.
    De “pastor”, die eind dit jaar met pensioen gaat, koppelde het evangelie van vandaag en missiezondag aan het volgende:
    Het feit dat jonge priesters zich mooie kleding voor de Mis uitzoeken, en als herkenbaar priester over straat gaan heeft te maken met “macht” en “angst”.
    Liturgische regeljes (eigen woorden!)en het op-de-strepen-staan van sommige kerkelijke autoriteiten vandaag de dag idem.

    ….Jezus zou dit nooit zo gewild en bedoeld hebben.
    De mensen die de regeljes zo belangrijk vinden zijn bang en staan niet tussen de mensen, vinden mooie kleding en schoenen belangrijker dan… enz. ….

    Deze laatste mantra hoor je altijd van “voorgangers” die zich niets aan wensen te trekken van de Liturgie en voorschriften van onze Kerk. R.K.Nederland-aan-de- buis krijgt hopelijk volgend jaar niet meer met dit soort priesters als de heer Denneman te maken.

  2. Anton de Wit zegt:

    Dankjewel, Kattekliek, hier zat ik op te wachten. :)
    Overigens: de eerdere discussie heeft reeds tot gevolg gehad dat ik de doxologie inmiddels zelf niet meer mee bid, hoewel dat in onze parochie gebruikelijk is. Heb nog eens nagedacht over enkele dingen die met name jij en Laatste Dag hierover zeiden. En ik denk a) dat ik inderdaad niet eerst op een geldige en sluitende verklaring hoef te wachten tot ik een gebruik overneem, en b) dat mijn eerdere argument dat de geest van gezamenlijkheid me er ook toe verplicht om de gebruiken van de plaatselijke parochie te eerbiedigen nooit helemaal opgaat, dat het immers ook een zaak van individuele verantwoordelijkheid is om ingesleten collectieve gewoonten ten goede te veranderen.

    Afijn. Dan toch nog iets over dit artikel. Het is helder, en verhelderend. Het sterkste argument vind ik dit:

    Op de tweede plaats lijkt het nu alsof het “Amen” alleen maar geldt voor de doxologie die de mensen hebben meegebeden.

    Dat is een klinkend argument vanuit de logica van de liturgie zelf. Van het sacramentele argument ben ik eerlijk gezegd nog niet helemaal overtuigd. Voorop: ik onderschrijf geheel de bijzondere positie van de priester zoals die hier beschreven wordt, daarover geen misverstanden. Maar die bijzondere positie maakt het gelovige volk toch niet minder bijzonder? De hele liturgie beweegt zich toch steeds heen-en-weer tussen priester en gemeenschap, zoals hier ook aangegeven elders in het eucharistische gebed nog twee maal? Ze vullen elkaar toch voortdurend aan? Daarbij: zijn wij door ons doopsel niet allemaal deel van het lichaam van Christus (ik weet niet of ik het correct formuleer, maar ik hoop dat jullie begrijpen waar ik op doel), waardoor dat triniteits-argument ook niet opgaat? Immers: ook de gemeenschap van gedoopten kan zich dan toch, de priester voorop, door Christus, in de Heilige Geest, richten tot de Vader?
    Ik zeg dit alles niet om betweterig te zijn, noch om te pleiten voor het gezamenlijk bidden van de doxologie, maar simpelweg omdat ik het probeer te begrijpen en vermoed dat hier mensen zijn die me daarbij kunnen helpen.

    Vandaar ook nog deze vraag: weet iemand toevallig door wie en waarom het meebidden van de doxologie ooit begonnen is? Dat is toch ook niet zomaar uit de lucht komen vallen, dus: wat waren destijds de argumenten om het wél te doen?

  3. Helen zegt:

    Over het meebidden van de doxologie kan ik zeggen dat dat al heel lang geleden begonnen is in de tijd dat er naast eigen geloofsbelijdenissen ook allerlei zelfgemaakte “tafelgebeden” werden gemaakt door de liturgische werkgroepen (die nog steeds in de meeste parochies bestaan en actief zijn, raar genoeg). Dan mochten de parochianen ook stukjes meebidden, voor het saamhorigheidsgevoel.
    Er zijn zelfs “tafelgebeden” waarin refreinen van een (eerder in de Mis gezongen) liedje worden gezongen. Hoe gekker hoe beter.
    Ik ken een emeritus-priester, die in het rijtje van de paus NN., de bisschop NN., enz. …. de vrijwilligers, en met name de vrouwelijke noemt! Zover is het gekomen.
    Maar ook met de bestaande eucharistische gebeden worden de gelovigen vaak uitgenodigd om delen mee te bidden met de priester, als waren ze co-celebranten.

    De moeilijkheid is: hoe krijg je het eruit dat men meebidt met de doxologie?
    Dat is een kwestie van af en toe meedelen in het parochieblad, en/of: heel snel bidden door de priester, zodat de mensen aanvoelen dat ze hun mond moeten houden. Dat helpt echt.
    Al met al duurt het ongeveer een half jaar!

  4. Zelve zegt:

    Heb ook weleens gehoord van een minder subtiel handelende priester die, toen de parochie weer met hem de doxologie hardop meebad, daarna zoiets zei als: “Zo, en nu doen we zoals het écht hoort, dus alleen ik die de doxologie bidt.” Het werd er vervolgens nooit meer meegebeden, zo had ik gehoord.

  5. Ingrid zegt:

    Vooral het snel bidden lijkt een goede optie. Heb verhalen gehoord van priesters die het op rustig tempo in het latijn deden en een groot deel van de congregatie een paar weken later dit alsnog overgenomen had :(
    *zucht* ondanks dat het duidelijk in het boekje staat tegenwoordig (iig, in bron van christelijk leven) dat het volk alleen amen zegt, lezen mensen daar massaal overheen. Alles voor actieve participatie…ahum.

  6. Zelve zegt:

    Maar ja, snel bidden is ook weer zo wat. De gebeden worden toch het beste aandachtig en bewust gebeden, niet haastig wegrebbelend om het volk maar voor te zijn. Zodat het bijna nog een wedloop tussen priester en volk wordt, omdat het volk ook steeds sneller kan gaan… Onzalige gedachten bij zo’n verheven gebed.

    Misschien maar de Tridentijnse oplossing: het hele eucharistisch gebed weer in stilte? :p

  7. Helen zegt:

    Zelve, je spreekt niet uit eigen ervaring zo te lezen.
    Maar om iets wat in 30, 40 jaar is ingeslepen eruit te krijgen heeft tijd en tact nodig. Is het één keer goed, dan doet niemand meer mee. En hoezo: hele eucharistisch gebed “in stilte”?

  8. Zelve zegt:

    “Zelve, je spreekt niet uit eigen ervaring zo te lezen.”

    Ongetwijfeld.

    “En hoezo: hele eucharistisch gebed “in stilte”?”

    Een flauwe opmerking van mijn kant uit. Vroeger, in wat nu de buitengewone ritus heet, werd het eucharistisch gebed door de priester met gedempte stem uitgesproken, zodat je het nauwelijks tot niet hoorde als volk. En tja, dan valt er weinig hardop mee te bidden natuurlijk…

  9. kattekliek zegt:

    Het zal in bepaalde parochies (vooral daar waar niet zo veel meegezongen wordt … zie de post van Ingrid, 20 oktober 2009 at 10:00) zeker werken om het in het Latijn te zingen. Maar het allerbeste lijkt mij toch, dat er gewoon wordt uitgelegd waarom. Dat kan in de viering – bijv. in de preek als er een Evangelie is waarbij het passend is om iets uit te leggen over het gewijd priesterschap, of in het parochieblad. En dan nog is het waarschijnlijk een kwestie van de lange adem.

    Mocht er iemand van een parochie waar dit probleem ook speelt interesse hebben in bovenstaand artikel (om te plaatsen in een parochieblad of infoblad), neem dan even contact op met info (apenstaartje) dekathedraal.com (dat is de parochie waar ik het ook vandaan heb). Omdat het mijn eigen artikel niet is, mag het niet zomaar van dit weblog overgenomen worden.

  10. Theo zegt:

    Omdat ik wel eens wilde weten hoe het nu écht moet, heb ik onlangs maar “redemptionis sacramentum” (de officiële richtlijnen) besteld. Staat gewoon in de catalogus bij Columba. Het blijkt dat in onze parochie bij de eucaristieviering waar de pastoor zelf voorgaat eigenlijk maar tegen drie regels gezondigd wordt:
    – indopen
    – de doxologie meezeggen
    – de priester neemt de communie als laatste ipv als eerste

    Ik vond dat eerlijk gezegd best wel netjes: in sommige WoCo’s in sommige parochies wordt tegen vrijwel iedere regel in het boek gezondigd. Dat indopen en die doxologie zijn natuurlijk een beetje ingesleten. Dat raak je alleen kwijt door het weer uit te slijten. Dat is niet zo gemakkelijk want dezelfde mensen zitten jaren en jaren in de kerk en er zitten er aardig wat bij die alle vaste teksten uit het hoofd weten.

    Misschien moet ik het daar toch eens over hebben met de pastoor, waarom dat zo is en waarom dat niet verandert gezien de regels. Ik wil niet de verdenking op me laden een geheime inspecteur van Rome te zijn of zo, maar ik wil het eigenlijk wel weten. De pastoor is trouwens een uitstekende priester en je zult van mij geen kwaad woord over hem horen.

  11. kattekliek zegt:

    Theo, het klinkt mij zo in de oren dat je een goede parochie gevonden hebt :) Inderdaad zijn dit ingesleten gewoontes, en ik weet voor 99,9% zeker dat de mensen zich ook van geen kwaad bewust zijn. Indopen wordt sinds een maand in ons parochieverband trouwens niet meer gedaan i.v.m. de Mexicaanse griep (het Bloed van de Heer wordt helemaal niet meer aangeboden aan de mensen in de kerk); bij jullie nog wel?

    Heb je de artikelen in de serie “zoals men bidt, gelooft men” op mijn blog al gelezen? Kan interessant zijn voor jou en eventueel voor je pastoor: deel 1 en deel 2.

  12. Met belangstelling heb ik alle commentaren gelezen, het artikel van kattekliek had ik al eerder bestudeerd. In ‘mij’n’ parochie, waar ik over 14 dagen althans deel van ga uit maken, hebben wij slechts een maar per zes weken een eucharistieviering op zondag. Dit omdat de parochie uit zeven voormalige parochies bestaat, die hemelsbreed nogal ver van elkaar liggen. Wat ze gemeen hebben is de moderne inslag van de vieringen. Inderdaad, er wordt met groot enthousiasme in de misbekers gedoopt, alles wordt naar hartelust meegebeden, inclusief de doxologie en gezongen wordt er alleen door gelovigen. Ook bij ons gaat de pastoor als laatste ter communie. Ik begrijp uitstekend waarom de andere regels er zijn en ook waarom ze worden overtreden. Maar waarom de priester als eerste de hostie dient te nemen, weet ik niet. Het stoort mij hooguit omdat het voor mij ongebruikelijk is, ik vind het ‘raar’. Maar er zal vast een goede reden voor zowel de overtreding als de regel zelf zijn. Kan iemand mij dat uitleggen?

  13. Zelve zegt:

    Sjaloom Emilie Kassenaar,

    Als de priester de gastheer van de Mis zou zijn, die het Voedsel daadwerkelijk opdient, dan zou het inderdaad passend zijn als hij als laatste ter Communie gaat. Alleen, dat is hij niet.

    Christus is de Gastheer, Christus is het die ons voedt en zichzelf uitdeelt. Het is daarom vrij aanmatigend om als priester te doen alsof jij de gastheer bent. Daarom gaat de priester als eerste, namens de gelovigen, om daarna het Lichaam van Christus uit te reiken.

    • Dankjewel, dat begrijp ik. Zelf had ik al gedacht dat op het moment van de communie de priester niet meer namens Christus spreekt en zich weer één voelt met de gelovigen in de kerk. Dan zou het niet zo gek zijn om een beete bescheiden te doen. Om te laten zien dat hij op dát moment ook een gewone gelovige is, die zoals de Bijbel leert, allemaal gelijk zijn voor God.
      Maar dat is dus blijkbaar niet zo.

      • Zelve zegt:

        Gedurende de héle Mis spreekt Christus door de priester, niet enkel tijdens het Eucharistisch gebed. Het is Christus die ons samenroept, voorgaat in gebed, ons leest en leert uit de Schrift, de heilige Geest afsmeekt, zichzelf offert, zichzelf uitdeelt aan de gelovigen en ons in vrede met zijn zegen laat heengaan.

        De Mis is één Sacrament, één handeling van Christus aan de mens.

      • kattekliek zegt:

        @ Zelve, dank voor dit uitstekende antwoord :)

  14. Dankjewel, Zelve. Dat wist ik niet. Kan de priester altijd of alleen tijdens de mis worden gezien als vertegenwoordiger van Christus? Ik bedoel natuurlijk niet als hij een ronde gaat fietsen maar wel wanneer hij in functie is. Tijdens de gesprekken met gelovigen bijvoorbeeld of wanneer hij ‘als priester’ aanwezig is bij vergaderingen en evenementen.

    • Zelve zegt:

      Christus handelt in het bijzonder door de priester bij het bedienen van de sacramenten. Dan is de priester zijn handen en zijn mond. Priester ben je echter 24 uur per dag, dus ben je ook 24 uur per dag een herder voor de aan jou toegewezen kudde. Ook dan wordt de priester bijgestaan door Gods bijzondere genade en werkt Christus door hem heen. Alleen dan wel op een andere wijze dan bij de sacramenten, zo had ik begrepen.

  15. Tarcisius zegt:

    Een mogelijk aardige toevoeging biedt Mag. dr. J. Hermans in zijn boek “De liturgie van de eucharistie – Inleiding tot het nieuwe missaal” (Uitgeverij B. Gottmer, 1979):

    p. 309: “Het ‘Door Hem en met Hem en in Hem…’ behoort nog tot het presidentiële gedeelte van het eucharistische gebed en wordt derhalve alleen door de priester uitgesproken. Het volk acclameert op de doxologie met het luidop uitspreken van het Amen: door dit Amen bekrachtigt en besluit het het eucharistisch gebed en maakt het duidelijk dat de woorden uitgesproken door de priester, de dankzegging en lofprijzing, kortom het gehele eucharistische gebed ook daadwerkelijk zijn eigen gebed is. Wat in het eucharistisch gebed is uitgesproken en gebeurd, wordt door de gelovigen met een belijdend hart aanvaard en beaamd.”

    p. 310: “Een eerste reden waarom het eucharistisch gebed een presidentiëel gebed is en als zodanig alleen door de priester uitgesproken wordt, ligt in het feit dat in het eucharistisch gebed het handelen van Christus bij het Laatste Avondmaal herkend dient te worden. Reeds in de joodse rituele maaltijden was het de huisvader en hij alleen die de beracha uitsprak; de aanzittenden waren hoogstens door sommige acclamaties actief erbij betrokken, voor het overige namen ze een luisterende houding aan. In de instellingsberichten van het Nieuwe Testament blijkt dat Jezus bij het Laatste Avondmaal alleen het dankgebed uitsprak, in de lijn van het joodse gebruik. Aan deze gegevens heeft de kerkelijke traditie inzake de wijze van voordracht van het eucharistische gebed vastgehouden.”

    p. 311: “Een tweede, nauw bij de vorige aansluitende reden is het feit dat het in het eucharistisch gebed gaat om de uitoefening van de ‘middelaars-functie’ van de priester. In de joodse beracha sprak de voorganger in aller naam de lofprijzing en dankzegging uit; in het eucharistisch gebed spreekt de priester in naam van het verzamelde gelovige Godsvolk. Hij maakt het volk deelgenoot van zijn gebed, dat hij uit naam van heel de gemeenschap door Jezus Christus tot God de Vader richt (Inst. Gen., 54). Maar tevens handelt en spreekt de priester hier uitdrukkelijk in Christus’ naam; krachtens zijn wijding draagt hij het offer op. Hij handelt in persona Christi. Daartoe kan geen gelovige hem machtigen; het is een sacramenteel gefundeerde taak en macht. Juist omdat Christus de Middelaar is tussen God en mens, en omdat dezelfde Christus in de actuele viering van de eucharistie de eerst-handelende persoon is, komt aan de woorden en daden van de priester, die krachtens zijn wijding de Heer in de eucharistie representeert (vgl. Sacrosanctum Concilium, nr. 7), een bijzondere betekenis toe.”

    p. 312: “Juist omdat het eucharistisch gebed een presidentiëel gebed van de priester is, kan het onmogelijk door een niet-priester geheel of gedeeltelijk worden uitgesproken. Het in sommige streken ingeburgerde gebruik, om de gelovigen het eucharistisch gebed geheel of gedeeltelijk samen met de priester uit te laten spreken, getuigt van een gemis aan zicht op de eigen taak van de priester en die van het Godsvolk, evenals op een gebrek aan zicht op de continuïteit van de eucharistie met het handelen van Christus bij het Laatste Avondmaal.”

    p. 312: “Het niet laten (mee)bidden van het eucharistisch gebed door de gelovigen, is een element van het grootste belang om de zuivere visie op de eigen taak én van de celebrerende priester én van het verzamelde Godsvolk te bewaren. Actieve deelname van de gelovigen is iets anders dan de gelovigen taken toebedelen, die hun eigen identiteit verduisteren. De eucharistieviering is immers de samenkomst van het hiërarchisch gestructureerde volk van God, waar ieder zijn eigen taak te vervullen heeft.”

    Een lange post, maar dit wilde ik jullie niet onthouden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 29 andere volgers

%d bloggers like this: