Toevallige mijmeringen

Erwin-Kroll_Een-warme-wereldWeerman Erwin Kroll heeft in 2007 het boek “Een warme wereld; een positieve kijk op ons klimaat” geschreven. Het gaat – zoals de titel al doet vermoeden – over de opwarming van de aarde. Lang niet iedereen is ervan overtuigd dat de mens daarin een daadwerkelijke rol speelt. Maar Kroll is een ‘believer’, oftewel: hij gelooft dat de klimaatsverandering veroorzaakt wordt door menselijk toedoen – en niet (enkel) door natuurlijke variaties. De manier waarop hij over het thema schrijft, is ronduit boeiend! Ik heb dit boek dan ook in één ruk uitgelezen.

Voor den beginne
Dit blog is niet bedoeld om in te gaan op de vraag of de opwarming van de aarde inderdaad iets te maken heeft met onze uitstoot van broeikasgassen, of dat het door natuurlijke temperatuurschommelingen komt.

Waar gaat het dan wel over? Het hoge spirituele gehalte van het begin van Krolls boek. Ik heb geen idee of hij zelf gelovig is – maar de eerste hoofdstukken vond ik erg ontroerend!

Voor het begin

Vóór het begin was er niets.
Er was geen hemel, er was geen aarde en er was geen licht. Dag en nacht bestonden niet en ook het hemelgewelf ontbrak. Geen zon was er en ook geen maan. Er was geen land en ook geen zee, en planten groeiden nog nergens. Geen vissen bevolkten geen oceaan, geen vogels geen luchtruim.
Geen mens was er om dit niets te aanschouwen, geen dag nog om te rusten.
(blz 15)

Prachtig dit, een soort pre-Genesis! Een mooie opmaat voor de komende twee hoofdstukken, over ontstaan van heelal en aarde.

Het ‘hoe’ van de schepping
vroege-aarde

Kroll vertelt het scheppingsverhaal in de vorm van het ‘hoe’. Hij gaat stapsgewijs langs het ontstaan en de ontwikkeling van het heelal, de sterren en planeten, de aarde en het leven daarop. Over het ‘waarom’ laat de auteur zich daarbij niet uit.

“En toen, ineens, was het er: het heelal.” (blz 17) De big bang – van niets naar iets in minder dan een fractie van een seconde. In het begin is het een razende wirwar van energie en massa – die in theorie eeuwig had kunnen blijven voortbestaan. Minuscule oneffenheden zorgen er echter voor dat er massa ontstaat én blijft. Uit dit gloeiend hete gas ontstaan later de sterren en planeten, waaronder de aarde.

Door een precies samenspel van radioactiviteit en ruimtelijke botsingen ontstaan het magneetveld en de korst van de aarde. Dat tezamen zorgt voor een atmosfeer en oceanen waarin leven kan ontstaan. Wanneer het leven om dreigt te komen in zijn eigen afvalstoffen (zuurstof!), ontstaan er bacteriën die dat (terug)vormen naar koolzuurgas. Zo ontstaat een evenwicht wat er tot op de dag van vandaag is. Uit de bacteriën ontstaan meercellige levensvormen … en toen was er Darwin en the rest is history! Dat laatste zegt Erwin Kroll niet zo, maar het is mijn erg korte samenvatting van het alombekende evolutieverhaal.

Toeval of niet?
dobbelstenenZonder al die stappen zou Kroll er niet geweest zijn om het allemaal op te schrijven en wij niet om het te lezen. Ja, als je hierop terugblikt, is het natuurlijk logisch dat het allemaal zo is gegaan. Immers, er had maar één ding anders hoeven te gaan, en wij waren er niet geweest om het te weten.

De vraag werpt zich op: was het allemaal toeval? “[...] als het slechts toeval was, dan toch wel een fantastisch toeval.” (blz 37) Toeval. Het valt je toe. Waar het dan vandaan komt, daar zegt het niets over – daar kun je zowel een niet-gelovige als een gelovige invulling aan geven. Erwin Kroll laat dat aan zijn lezer over.

De God van de samenhang
Wat het in ieder geval níet is, is het werk van een ‘God of the gaps‘. Met God kun je geen gaten invullen; door Hem krijgt alles juist zijn samenhang.

God is oneindig veel groter dan al zijn werken.(Sir 43:28) ‘Hoger dan de hemel reikt uw majesteit’ (Ps 8:2), ‘zijn grootheid is niet te doorgronden’ (Ps 145:3). Maar omdat Hij de hoogste en vrije Schepper is, eerste oorzaak van al wat bestaat, is Hij in het diepste innerlijk van zijn schepselen aanwezig. ‘Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn’ (Hand 17:28). Volgens de woorden van de heilige Augustinus is Hij ‘dieper dan mijn diepste innerlijk en hoger dan het hoogste van mij’ (Belijdenissen).
(Catechismus van de Katholieke Kerk, par. 300)

Hoe meer gaten in onze kennis door de wetenschap worden ingevuld, des te meer wordt de grootheid van Gods schepping zichtbaar. En daarmee ook Zijn eigen grootheid. Dat is precies wat de eerste hoofdstukken van Krolls boek bij mij opriepen – een overweging van de grootheid en heerlijkheid van God!

Dit artikel in Trouw van gisteren sluit hier mooi bij aan: God is helemaal niet zielig, door Bart Braun

Eén reactie naar “Toevallige mijmeringen”

  1. Vóór alle tijden « Kattekliek zegt:

    [...] alle tijden N.a.v. een boek van weerman Erwin Kroll sprak ik eerder mijn verwondering uit over het ontstaan van het heelal. Geen bewijs van het bestaan van God voor [...]

Reageer