Men wil de wet inzake smalende godslastering afschaffen. Deze wetgeving zou overbodig zijn, en de vrijheid van meningsuiting aantasten.
Tja, waar is die wet nu eigenlijk voor gebruikt in de afgelopen halve eeuw? Onder andere voor het ‘ezelsproces’ tegen Gerard Reve (1966). Daarbij werd de auteur beschuldigd van godslastering vanwege een passage in een tijdschrift en in één van zijn boeken over seks met God. Ik heb dat boek, “Nader tot U”, gelezen. Alhoewel de expliciete scènes af en toe onsmakelijk te noemen zijn, zie ik er geen godslastering in. Sterker nog: dat boek en een ander boek van hem, “Moeder en Zoon”, vond ik zeer ontroerend en zelfs getuigend van een diep mystiek inzicht.
Reve werd vrijgesproken. Verder zijn er nog enkele aanklachten geweest, o.a. tegen Theo van Gogh (1995) en de Dierenbescherming (2002). Alle zonder succes.
Erg effectief is de wet op smalende godslastering dus niet gebleken. Maar dan kun je je ook afvragen of de argumentatie dat de vrijheid van meningsuiting erdoor in het geding zou komen, dan nog zoveel hout snijdt. In de praktijk is men in Nederland zeer vrij om – al dan niet gefundeerd – van alles en nog wat te roepen over andermans persoon en opvattingen. Alleen moslims blijven aardig gevrijwaard van beledigingen van hun persoonlijke geloof en opvattingen, omdat er onder hen een groepje fundamentalisten is dat er niet voor terugdeinst om voor eigen rechter te spelen. En dat is natuurlijk niet de manier.
Behoud van die wet tegen smalende godslastering kan wel dienen als teken van beschaving en fatsoen. De vrijheid van meningsuiting is niet bedoeld om maar lekker te kunnen stampen op een ander en zijn opvattingen. Afschaffing van deze wet kan onterecht het signaal geven dat men nu ‘los’ kan gaan. Van de andere kant: moeten we daar als gelovigen tegen beschermd worden? Natuurlijk doet het pijn als datgene dat (Diegene die) je het liefste is, beledigd wordt. Maar Hij heeft ons ook opgeroepen om de andere wang toe te keren, te bidden voor onze vijanden en om wel ín de wereld te zijn, maar niet ván de wereld. Scherpe woorden en beelden doen pijn, maar dat wil nog niet per se zeggen dat je je er d.m.v. wetten tegen moet indekken.
Al met al sta ik er tamelijk neutraal tegenover. Er zijn zowel voors als tegens bij het afschaffen van dit wetsartikel. Maar wat het uiteindelijk ook worden mag: ik zal er niet wakker van liggen. Ik ben wel benieuwd wat de lezers van dit blog ervan vinden. Vriendelijk verzoek om te stemmen in de poll, en eventueel je mening toe te lichten (dat laatste graag hier en niet op de site van polldaddy! Ik probeer nog uit te vinden hoe daar de mogelijkheid tot reageren moet worden uitgezet ...).
Gisteren was pastor Roderick Vonhögen – presentator van o.a. de podcast Daily Breakfast en het televisieprogramma Katholiek Nederland TV – te gast bij De Wereld Draait Door (vanaf ca. 4min40). Aanleiding was de geplande opheffing van de priesteropleiding in Utrecht. Maar ook de geijkte onderwerpen als celibaat en condooms kwamen aan bod. In een half minuutje tijd heeft pastor Roderick geprobeerd duidelijk te maken waarom de Kerk tegen condoomgebruik is. Natuurlijk veel te kort om er de nodige nuance en achtergronden in te kunnen leggen (nou ja, aan achtergrond geen gebrek, maar da’s wat anders ).
En dat was natuurlijk gelijk weer voer voor de ‘internetbrigade’ om over hem heen te vallen. De reacties op Twitter waren niet bepaald verheffend, en dat is dan nog zacht uitgedrukt. Respect voor de pastor, dat hij dit kon zien als een aanval op wat ‘de wereld’ denkt dat de katholieke Kerk beweert. Ik zag er eerlijk gezegd weinig anders in dan gemene, persoonlijke aanvallen. Enfin, het bevestigt wel mijn standpunt, namelijk dat het niet de Kerk maar onze maatschappij is die volledig geobsedeerd is door seks.
Wie zich afvraagt hoe je nou toch zo’n gek, gestoord en malloterig onmens kunt zijn (om maar enkele kwalificaties van twitteraars te noemen) om achter het condoomstandpunt van de paus te staan, kan luisteren naar deze aflevering van Daily Breakfast. Daar legt pastor Vonhögen in meer detail uit waarom hij geen heil ziet in condooms ter bestrijding van de AIDS-epidemie (dat onderwerp loopt van ca. 18min40 – 30min30). Of je het vervolgens met ‘m eens bent of niet: het is beter hiernaar geluisterd te hebben, dan je mening te baseren op een interview dat gedurende maar liefst 30 seconden over dit onderwerp ging.
Bij dezen een hart onder de riem voor de pastor. Roderick Ga zo door! We zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld, en daar is dit het onvermijdelijke gevolg van. Hou de Evangelielezing van afgelopen zondag in gedachten. Er in deze vorm naar luisteren kan ook, lekker rustgevend
Cameralui en regie houden niet altijd evenveel rekening met de achtergrond van iemand die geïnterviewd wordt. Soms levert dat hilarische plaatjes op
In Katholiek Nederland TV van 28 oktober j.l. werd mensen gevraagd wat ze geloofden over leven na de dood. Ziehier pastoor Norbert Schnell … naast een Duvel-parasol
En in De Wereld Draait Door van 3 november j.l. werd pastor Roderick Vonhögen geïnterviewd. Hij zat voor een dame in het publiek die de aandacht nogal afleidde. Ze keek voortdurend met eng-grote ogen in de camera, dusdanig dat er een hele twitter-discussie over ontstond.
De dag na mijn heftige godservaring werd Theo van Gogh vermoord door Mohammed Bouyeri. Mijn reactie daarop was compleet anders dan verwacht.
Latent-racistisch
Anderhalf jaar eerder was ik zeer verbaasd geweest toen de moordenaar van Pim Fortuyn een blanke autochtoon bleek te zijn. Hetgeen ik bij de moord van Fortuyn verwacht had, bleek nu, bij de moord op Van Gogh wél bewaarheid te zijn. Namelijk, dat de dader een moslim-terrorist was.
Ik was nogal ‘latent-racistisch’ ingesteld: boordevol vooroordelen, die eruit kwamen zodra een moslim of allochtoon op negatieve wijze in het nieuws was. Ja, ze hadden zo iemand van mij aan de hoogste boom mogen opknopen of hem mogen stenigen. Dat deden zij immers toch ook met ‘misdadigers’ zoals homo’s, of vrouwen die vreemd zijn gegaan? Wat jammer dat er geen doodstraf bestond in ons land …
Liefde en mededogen
Toen ik het nieuw hoorde, reageerde ik echter totaal anders. Tot mijn ontzetting – en ook nu nog vind ik dat op een bepaalde manier bizar en ‘niet kunnen’ – voelde ik liefde en mededogen voor de dader. Waarschijnlijk had hij gehandeld in de oprechte overtuiging dat hij hiermee God diende en Zijn wil deed. Alleen een volledig krom godsbeeld had hem tot zo’n daad kunnen brengen.
Dat Allah dezelfde God was als degene in wie ik geloofde, stond voor mij als een paal boven water. Overigens bleek dat later ook met de katholieke theologie overeen te komen, maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet. Ik bad tot God, dat Hij aan Mohammed Bouyeri zou laten zien wie Hij werkelijk was. En voor Theo van Gogh bad ik, dat hij – als voormalig (!) atheïst – thuis zou mogen komen bij God. Mjn eerste gebed voor een overledene sinds vele jaren … en op Allerzielen nog wel! Ook daar kwam veel later pas dat besef … blijkbaar was ik katholieker dan ik ooit gedacht had.
Oordeel aan God
Als ik het nu zo opschrijf, vind ik het nog steeds erg vreemd en ‘fout’ aandoen. Echt met zo’n new-age-sausje van ‘iedereen is lief’. Dat zat er toentertijd ook misschien te veel aan. Ik liep namelijk nog steeds met mijn hoofd in de wolken; ik ben als een verliefd schoolmeisje die week doorgezweefd. Pas daarna zakte dat enigszins en kon ik écht mijn nieuwe geloof gaan ontdekken en ontwikkelen.
Nu zie ik het wat genuanceerder. Het oordeel is aan God. Mohammed Bouyeri leeft nog en heeft dus nog steeds de gelegenheid zich te bekeren en vergeving te vragen voor zijn misdaad. Daaruit volgt dat hij ook gebed kan gebruiken. Dat gebed van toen was niet onterecht of vreemd, vanuit christelijk perspectief. Ik bid nu nog steeds voor slachtoffers én daders van misdaden (bijv. voor Karst Tates, die afgelopen Koninginnedag willekeurige mensen overhoop heeft gereden). Zo ver is het gekomen: dat ik misdaders niet een strop rond hun nek toewens, maar – uiteindelijk – de vrede van God.
Enkele dagen later, maandagavond 1 november 2004, was ik ontspannings-oefeningen aan het doen. Bij één daarvan buig je vanuit stand heel langzaam je benen, totdat je bijna op je hurken zit. Daarna strek je ze nog langzamer, zodat het minimaal een minuut duurt voordat je weer recht staat. Dit is erg zwaar voor de bovenbeenspieren, maar het werkt daardoor uiteindelijk ook ontspannend.
Godservaring
Tijdens deze ontspanningsoefening vond mijn eigenlijke bekering plaats. Ik kreeg plotseling een zeer sterke godservaring, een intuïtief weten. Mijn hart opende zich en ik viel neer op mijn knieën. Mijn liefde, dankbaarheid en aanbidding voor Hem voelden aan als eindeloos! Terwijl ik mijn handen ophief, huilde ik hartverscheurend.
Hoe lang het duurde, geen idee! Maar daarna voelde ik me als herboren. En ik voelde een sterke liefde voor God en voor alles en iedereen om me heen. Echt een bizarre gewaarwording, zoiets heftigs had ik nog nooit eerder meegemaakt! Een hevige verliefdheid was er niets bij … Ja, Hij Is! Ik was agnost-af.
Allerheiligen
Tja, een korte post … Want wat moet je verder vertellen over zoiets? Het is – per definitie – niet te bemiddelen. Maar juist deze avond heeft me gebracht tot waar ik nu ben, en ik ben God nog steeds mateloos dankbaar dat ik dit heb mogen meemaken! Wat een genade!
Pas veel later besefte ik dat het op Allerheiligen was gebeurd – de dag waarop de katholieke Kerk alle heiligen (met naam of onbekend) viert. Ik ben niet in één klap christelijk gaan geloven, daar ging nog wat tijd overheen. De dag dat ik het orthodox-christelijke geloof – Jezus’ lijden en kruisdood voor mijn zonden – aannam, was op 15 augustus 2005. Op het feest van Maria Tenhemelopneming, iets waar ik ook pas diverse jaren later achter kwam … Vreemde, toevallige data … Dus ja, ook Maria en alle heiligen ben ik dankbaar voor hun gebed en voorspraak!
I just spoke silence with the seeker next to me
She had a heart with hesitant, halting speech
That turned to mine and asked belligerently
“What do I live for?”
Ik sprak in stilte met de zoeker naast mij
Haar hart, met een aarzelende, haperende spraak,
richtte zich tot het mijne en vroeg strijdlustig:
“Waar leef ik voor?”
I see the scars of searches
everywhere I go
From hearts to wars to literature to radio
There’s a question like a shame no one will show
“What do I live for?”
Ik zie de littekens van zoektochten
overal waar ik heenga
Van harten tot oorlogen, van literatuur tot radio
Er is een vraag waar eigenlijk iedereen zich voor schaamt:
“Waar leef ik voor?”
We are Hosea’s wife
We are squandering this life
Using people like ladders
and words like knives
We zijn Hosea’s vrouw
We verspillen dit leven
Gebruiken mensen als ladder
en woorden als mes
[CHORUS]
If we’ve eyes to see
If we’ve ears to hear
To find it in our hearts and mouths
The word that saves is near
Shed that shallow skin
Come and live again
Leave all you were before
To believe is to begin
[REFREIN]
Als we ogen hebben om te zien
Als we oren hebben om te horen
Om het te vinden in ons hart en onze mond
Het woord dat redt, is nabij
Werp die oppervlakkige huid af
Kom en leef weer
Laat alles wat je was achter je
Geloven is beginnen
There is truth in little corners of our lives
There are hints of it in songs and children’s eyes
It’s familiar, like an ancient lullaby
What do I live for?
Er schuilt waarheid in kleine hoekjes van ons leven.
Verwijzingen ernaar in liedjes en kinderogen
Het is vertrouwd, als een wiegeliedje van weleer
Waar leef ik voor?
We are Hosea’s wife
We are squandering this life
Using bodies like money
and truth like lies
We zijn Hosea’s vrouw
We verspillen dit leven
Gebruiken lichamen als geld
en waarheid als leugen
[CHORUS]
[REFREIN]
[Bridge]
We are more than dust
That means something
That means something
We are more than just
Blood and emotions
Inklings and notions
Atoms on oceans
[Brug]
We zijn meer dan stof
Dat iets betekent
Dat betekent iets
We zijn meer dan enkel
Bloed en emoties
Flauwe vermoedens en ideeën
Atomen op een oceaan
Na het lezen van wat verhalen die ik me van vroeger herinnerde, wist ik niet zo goed hoe nu verder. Op zaterdag 30 oktober 2004 las ik redelijk lukraak wat in het Oude Testament. Die stukken zeiden me niet veel. Verhalen over koningen, profetieën … Het was toch vooral een onoverzichtelijk, dik boek.
Lucht en leegte
Het besef dat het ook een bijzonder boek was, verdween niet. Op een gegeven moment sloeg ik de bijbel dicht en sprak mijn eerste gebed sinds jaren uit. Ik zei hardop: “God, als U bestaat, laat me dan zien wat voor mij belangrijk is”. Ik sloeg het boek weer open en kwam uit op de eerste bladzijde van Prediker. “Lucht en leegte, alles is leegte”, las ik. Tijdens het lezen van hoofdstuk 1 – verder kwam ik toen niet en ik herlas het enkele malen – schoten de tranen in mijn ogen. Was dát het? Lucht en leegte – of “ijdelheid der ijdelheden”, zoals het in oudere vertalingen stond?
Lucht en leegte, zegt Prediker,
lucht en leegte, alles is leegte.
De wind waait naar het zuiden,
dan draait hij naar het noorden.
Hij draait en waait en draait,
en al draaiend waait de wind weer terug. Alles is vermoeiend,
zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn.
(Pred. 1:2, 6, 8a)
Een schokkende, maar erg adequate omschrijving van mijn leven op dat moment. Ik had vrienden, werk, geld en een eigen huis. Toch gaf dat niet de vervulling waar ik naar zocht. Verder deed ik intensief aan fitness, maar ik voelde aan dat dat wel erg oppervlakkig was om als levensdoel te hebben. En dan de liefde. Ik had eens tegen een vriendin verzucht, dat ik “iets” zocht in relaties, wat ik daar niet vond.
Nee, God had mijn leven niet beter voor me kunnen samenvatten!
Sceptisch
Maar natuurlijk sloeg de twijfel toe. Ik ben nu eenmaal erg sceptisch ingesteld. Was het wel echt toeval dat ik die bijbel juist dáár open had geslagen, of was er een logische verklaring voor? Ik bekeek nauwkeurig hoe het papier aan de rug bevestigd was. Zat die bladzijde toevallig vooraan of precies in het midden van één van de katernen waaruit het boek was opgebouwd? Nee, dat was niet het geval. Had daar soms een leeslint of boekenwijzer tussen gezeten? Nee, dat ook niet. Ook als ik probeerde om het boek weer op precies die plaats open te laten vallen, gebeurde dat niet. Er was geen goede verklaring voor te vinden.
Toen moest ik onwillekeurig om mezelf lachen. Sjonge jonge, dan gebeuren er zoveel rare dingen, en nog probeer ik het weg te verklaren! Kon ik ook gewoon beseffen dat ik het blijkbaar al die jaren bij het verkeerde eind had gehad? Dat was nog een brug te ver, maar die tekst uit Prediker was wel regelrecht bij me binnengekomen. Want wat er nou wel of niet waar was van het bestaan van God: mijn leven op dat moment was niet op orde en dát was iets waar ik wel wat mee moest.
Een dag later belde ik naar de boekhandel. Er was zo’n grote run geweest op de NBV, dat hij nu al uitverkocht was. Maar ze hadden alweer een voorraad besteld. De volgende dag, op vrijdag 29 oktober 2004, kon ik dan toch mijn nieuwe aanwinst gaan ophalen. Er was heel wat keuze, en vanwege mijn achtergrond heb ik de katholieke variant gekozen. Achteraf gezien ben ik daar erg blij mee, omdat hij ook de deuterocanonieke boeken bevat, en op de juiste volgorde (niet pas aan het einde van het Oude Testament). En daar zitten juweeltjes bij! Maar daar was ik me toen helemaal nog niet bewust van …
Feest van herkenning
Thuisgekomen ben ik meteen in de zojuist aangeschafte bijbel gedoken. En het bleek een feest van herkenning te zijn! Dat had ik niet verwacht, maar het was een hernieuwde kennismaking met verhalen uit mijn jeugd. Eigenlijk ook wel logisch, want ik was tot mijn veertiende wekelijks naar de Mis geweest. Dan kan het niet zo zijn dat je helemaal niets opgepikt hebt. Maar alsnog verbaasde het met, aangezien ik altijd zo onbewust en ongeïnteresseerd aanwezig was geweest in de kerk. Daarom had ik niet gedacht dat er ook maar iets van was blijven hangen.
De evangelieverhalen kwamen me zeer bekend voor. Ik herinnerde me het plezier dat ik als kind had gehad, toen we er kleurplaten en tekeningen bij maakten. Bij onze voorbereiding op de Eerste Communie kwam de pastoor naar onze school. Dan vertelde hij wat en mochten wij dat op papier uitbeelden. Over de Eucharistie en wat de Eerste Communie zelf was, herinner ik me helaas niets (wat niet per se betekent dat er ook niets over is gezegd). Maar deze verhalen en die tekeningen zijn me bijgebleven. En ook in de kerk had ik vroeger natuurlijk tig lezingen gehoord, zowel uit het Oude als het Nieuwe Testament. De verhalen uit Genesis, over Adam en Eva, de toren van Babel, Abraham, Jozef, Mozes … echt leuk!
Wantrouwen
Als kind was ik een enorme boekenwurm (zoals nu nog, maar nu heb ik er minder tijd voor). Wekelijks toog ik – gewapend met de pasjes van mijzelf en van twee broers – naar de bibliobus in het dorp. Dan mocht ik achttien (!) boeken meenemen. Die las ik – ongelofelijk genoeg – ook nog bijna altijd allemaal binnen een week uit! Maar heb ik ooit de Bijbel gelezen? Wel eens een kinderbijbel, daar kende ik ook die spannende verhalen uit o.a. Genesis uit. Maar verder niet. Het kon toch zeker niet tippen aan alles wat ik las over wetenschap. Dat interesseerde me mateloos. En al als jong kind geloofde ik dat het materiële, het meetbare, het enige was dat er bestond.
Van kindsbeen had ik een wantrouwen gehad voor alles wat het woord ‘God’ bevatte (buiten het wekelijkse uur in de kerk dan). Ik voelde me er hoogst ongemakkelijk bij. Misschien kwam het door mijn materiële wereldbeeld. En bij ons thuis werd er ook nooit over het geloof gesproken. Ik zapte verder als er een ‘heilig’ programma van de EO op TV was. Jehova-getuigen stuurden we direct weg en evangelisatiekraampjes in de stad omzeilde ik met een grote boog. Op de middelbare school zat er een bijbeltje in ons boekenpakket en dat moesten we voor godsdienstles altijd meenemen. Maar daar werd niet uit gelezen en ik heb het zelf ook nooit ter hand genomen.
En nu
Des te verbazingwekkender dat ik nu – vijftien jaar na dato – een eigen bijbel had én dat ik er met plezier in las! Dat betekende echter niet, dat ik nu ineens in God ging geloven ofzo. Vooralsnog was de interesse toch vooral cultureel en literair gericht. Maar toch … ik voelde wel dat dit niet zomaar een boek was. Hier ging méér vanuit.
In de nacht van dinsdag op woensdag 27 oktober 2004 ben ik als door een wonder aan de dood ontsnapt. Dit was het begin van een reeks gebeurtenissen die binnen een week tot mijn bekering heeft geleid.
Banaal verhaal
Mijn twee katten waren ’s avonds rond elf uur, toen ik ging slapen, wild aan het spelen. Ze hebben toen een tamelijk zware emmer, die op het aanrecht naast het fornuis stond, omvergeworpen. Precies op de knop van de grootste gaspit! Deze ging vol open…
Rond half twee ’s nachts werd ik wakker, omdat ik een sterke aandrang voelde om te plassen. Dat was heel vreemd, omdat ik normaliter pas op zijn vroegst rond zes uur moet. Ik was net voor het slapengaan “tegen heug en meug” geweest, iets wat ik eigenlijk nooit deed. Verder had ik geen koffie, thee of alcohol op. Kortom: er was geen normale verklaring voor deze aandrang en naderhand is het bij mijn weten ook nooit meer zo voorgekomen. OK, misschien een wat banaal verhaal. Maar zonder dit had ik het misschien niet eens kunnen navertellen.
Op het nippertje
Ik stond op om naar de wc te gaan. Toen ik de deur naar de hal opende, stond mijn hart bijna stil van schrik! Er hing een indringende gasgeur en door het sissende geluid uit de keuken had ik snel door wat de oorzaak was. Het fornuis direct uitgezet en alle ramen en deuren geopend. Daarna stond ik als verlamd, in werkelijke doodsangst, in de keuken. Ik dacht, als nu de koelkast aanslaat of er een andere vonk ontstaat, ontploft de boel! Raar genoeg had ik niet de tegenwoordigheid van geest om naar buiten te gaan.
Maar gelukkig verdween het aardgas snel, en daarmee mijn schrik ook. Na vijf à tien minuten heb ik deuren en ramen weer gesloten, heb de katten opgesloten in hun kamer, ben gaan plassen en ben daarna weer gaan slapen. Raar genoeg viel ik weer tamelijk snel in slaap. Ik was enorm opgelucht dat het letterlijk met een sisser was afgelopen.
De volgende dag ontving ik de mensen die die avond zouden beginnen met de aanleg van centrale verwarming in mijn appartement. Ik vertelde wat me was overkomen, en de aannemer vertelde me, hoe ontzettend veel geluk ik had gehad. Hij wees me op de geiser met open vlam, in de hoek van de keuken. Hier had ik die nacht helemaal niet aan gedacht! Zou ik pas om zes uur uit bed gemoeten hebben, dan was het waarschijnlijk fout afgelopen. Ja, het was echt op het nippertje geweest!
Folder Terwijl de mannen in de keuken bezig waren met hun werk, zat ik in de woonkamer. Er lag een envelop, geadresseerde reclame van een boekhandel aan de vorige bewoner van mijn flat. Die brief lag al zowat een maand onaangeroerd op tafel; ik had vergeten door te sturen … Nou ja, dat zou nu toch niet zoveel zin meer hebben, en het was toch maar reclame. Dus ik maakte hem open.
Ik stond perplex: het was een folder over de Nieuwe Bijbelvertaling! Die vertaling was exact op die dag uitgekomen. Dit foldertje was toegestuurd aan de vaste klanten om alvast vantevoren een bijbel te kunnen bestellen. Het zou bij mij normaliter direct in de papierbak beland zijn. Ik was namelijk totaal niet bezig met geloof en spiritualiteit. Nu zag ik echter, dat dit geen toeval kon zijn. Want waarom lag die reclame daar al een maand, had ik vergeten het door te sturen en opende ik het juist toen, na de schokkende ervaring van de nacht ervoor? Hier moest ik wat mee!
Alhoewel katholiek opgevoed, ben ik niet altijd gelovig geweest. Als kind was ik er eigenlijk al niet mee bezig, ook al gingen we wekelijks naar de Mis. Buiten die zondagse kerkgang om speelde het geloof vroeger thuis geen rol van betekenis. Als jong kind al las ik volop over wetenschap. En dat – het materiële – was tastbaar en waar. Meer was er niet. Toen ik ging studeren, en het contact met mijn toenmalige kerkkoor kwijtraakte, was het gedaan met de kerkgang. In God geloofde ik toen al jaren niet meer (als ik al ooit echt in Hem geloofd had).
Natuurlijk is er een aanleiding dat ik nu toch zo intensief met geloof bezig ben. Bij mij is dat niet langzaam gegroeid, maar zeer plotseling gekomen. In minder dan één week ben ik – voorheen agnost en eigenlijk praktisch gezien atheïst – diepgelovig geworden. Het duurde daarna nog wel even voordat ik mijn weg (terug) naar de katholieke Kerk had gevonden. Maar het geloof in God is echt boembats gekomen! Een directe vergelijking met de ervaring van de apostel Paulus vind ik wat ver gaan, maar het was wel heftig en plotseling.
Vandaag exact vijf jaar geleden was het begin van de reeks wonderbaarlijke gebeurtenissen die ertoe heeft geleid dat ik in God ben gaan geloven. Aangezien ik nogal hardhorig was, heeft Hij flink in mijn oor moeten schreeuwen. Maar dat hielp dan toch eindelijk
Laat heb ik U liefgekregen
o Schoonheid, zo en oud en zo nieuw
laat heb ik U liefgekregen!
En Gij waart binnen
en ik was buiten
en daar zocht ik U
en ik rende, wanstaltig als ik was
op de schone dingen af die door U gemaakt zijn.
Gij waart bij mij en ik niet bij U.
Ik werd ver van U gehouden door dingen
die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in U bestaan hadden.
Geroepen hebt Gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken
gestraald hebt Gij en mijn blindheid verjaagd
gegeurd hebt Gij en ik heb ingeademd en snak nu naar U
geproefd heb ik en nu honger ik en dorst ik
aangeraakt hebt Gij mij en ik ben ontvlamd naar Uw vrede.