Vorige week zaterdag (30 januari j.l.) stond het satirische VARA-programma “Van Zon op Zaterdag” in het teken van het geloof. Het werd afgesloten met het opzwepende lied “Geef me hoop”. Daarin werd allerlei menselijk leed opgesomd en de conclusie getrokken:
Er is niks. Nee geen God, helemaal niks.
Er is echt niks, nul komma niks!
(overigens: wie niet tegen vloeken kan, kan het beter niet tot het einde beluisteren).
Niet genezen
Een stukje uit dat lied:
Als je met knetterende tumoren door een catscan schuift …
Erg grof gezegd, maar dit was de bittere realiteit voor mijn vader, nu een klein jaar geleden. Longkanker. Waarom laat God zoiets verschrikkelijks toe? En waarom reageert Hij niet op gebeden om genezing? Ja, ik heb gebeden voor mijn vaders genezing; ook al wist ik dat dat menselijkerwijs, medisch gezien, niet mogelijk was. En het is inderdaad niet gebeurd.
Ik heb gevloekt en getierd, heb op het punt gestaan het geloofsbijltje er helemaal bij neer te gooien. Maar God wegverklaren, bood geen oplossing. De simpele maar moeilijke conclusie was, dat er geen oplossing wás. Niet één zoals ik die graag zag.
Nee, God heeft mijn vader niet genezen; dat gebed is niet verhoord. Wel kreeg ik een andere gebedsverhoring, maar op een manier zoals vantevoren niet voor te stellen was.
Een verschrikkelijke nacht
Na de periode rond de jaarwisseling in het ziekenhuis doorgebracht te hebben, was mijn vader naar huis teruggekeerd om te sterven. Hoe lang het precies zou duren, was moeilijk te zeggen. Maar langzamerhand werden zijn benauwdheidsklachten erger, ondanks de palliatieve zorg die hem ter beschikking stond (o.a. zuurstof en medicijnen). Vooral als hij sliep, waarbij hij door zijn mond ademde (zodat hij minder extra zuurstof binnenkreeg) en het slijm zich in zijn luchtpijp ophoopte, kreeg hij het moeilijk.
Op maandagavond 11 januari waren mijn vriend en ik naar mijn ouderlijk huis gegaan. Mijn moeder sliep in de woonkamer naast het bed van mijn vader, en wij sliepen in een andere kamer. Die nacht om half drie trommelde ze mij uit bed. Mijn vader had een benauwdheidsaanval zoals nooit tevoren! In paniek om zich heenmaaiend was hij wakker geworden, snakkend naar adem. Samen deden we wat we konden om hem te helpen. We schroefden de zuurstoftoevoer op en gaven hem medicijnen om in te ademen. Gelukkig kon hij daardoor weer wat meer adem krijgen en zijn paniek verdween.
Maar nu wilde hij echt niet meer gaan slapen, want hoe zou hij dán wakker worden?! Door de verhoogde zuurstoftoevoer werd hij suf, en viel toch weer in slaap. Mijn moeder – compleet óp door wekenlang gebroken nachten – was ook weer in slaap gevallen. Ik zette de zuurstof terug op het normale niveau. Daarna zat ik klaarwakker op een stoel naast mijn ouders, luisterend naar het gereutel van mijn vaders ademhaling. “God, mijn Heer!”, bad ik in een geluidloze schreeuw, “Dit is verschrikkelijk! Alstubliéft, neem hem toch tot U, wacht niet langer meer!”
Nog geen kwartier later werd mijn vader weer hijgend wakker. Niet zo erg als die eerste keer, maar nee, dit was echt niet meer te doen. Ik belde de huisartsenpost en een tijdje later kwam de dienstdoend arts. Hij gaf een injectie en een drankje om de klachten van mijn vader enigszins te verminderen. Maar hij was ook heel eerlijk: heel veel meer kon er niet meer aan gedaan worden. Het onvermijdelijke moment was nabij. Hij moest nu toch serieus aan palliatieve sedatie gaan denken, het kunstmatig in slaap gehouden worden om de benauwdheid niet meer te hoeven ervaren. “Ja, maar eerst afscheid.” zei mijn vader toen.
Dag van afscheid
Vroeg die ochtend, dinsdag 12 januari, belde ik mijn broers op en vroeg hen samen met mijn schoonzussen te komen. De huisarts kwam ook langs. Hij en mijn ouders praatten uitgebreider over de opties, o.a. palliatieve sedatie. Mijn vader wilde eerst nog zijn broers, zus, zwagers en schoonzussen zien. We belden al onze ooms en tantes op. Mijn vader ontving hen die dag en was aan de lopende band in gesprek. Omdat hij tussendoor niet sliep, kon hij tamelijk goed ademen. Alhoewel hij ontzettend moe was, kon hij iedereen goed te woord staan. Vanzelfsprekend was dit een enorm emotioneel gebeuren.
Tegen het vallen van de avond vertrok de laatste familie. We bleven achter met het eigen gezin; de sfeer was gelaten. De pastoraal werkster kwam langs en had een gesprek met mijn ouders onder zes ogen. Toen ze weg was, ging ik even bij mijn vader zitten. “Aan de andere kant staat er Iemand op me te wachten”, zei hij. “Ja pa,” zei ik met tranen in mijn ogen, “ja, Hij wacht daar op je!”.
De huisarts was gebeld en kwam rond half negen. Na nog een gesprek over de mogelijkheden koos mijn vader nu expliciet voor palliatieve sedatie. Wat een enorme moed is ervoor nodig om, zélf en in alle bewustzijn, zo’n beslissing te maken! De ultieme vrije wil! Ik dankte in stilte God, dat mijn vader zo’n moedig besluit had durven nemen en dat zijn leed nu spoedig voorbij zou zijn. Hij zou blijven leven, maar diep in slaap, zodat hij van zijn benauwdheid niets meer merkte. Zijn longfunctie was al zo ver afgenomen, dat het daarna waarschijnlijk niet heel lang meer zou duren voordat hij zou overlijden.
Het einde
Was het afscheid van de familie die dag al emotioneel geweest … nu kwam daarbij nog het afscheid van het eigen gezin. Hierover kan ik onmogelijk iets opschrijven. Dat is te heftig, te intiem. Alleen dat ik het echt nooit zal vergeten en dat het ongelofelijk is dat zóiets überhaupt bestaat! “Het is goed zo” … dat heeft mijn moeder hem gezegd en later als tekst op het lint van een bloemenkrans laten zetten (en alleen vanwege dat laatste schrijf ik het hier ook op). Het kon absoluut niet beter zo, zou ik er nu aan toe willen voegen. Afgezien dan van de enorm moeilijke beslissing die mijn vader heeft moeten nemen; iets wat je absoluut niemand toewenst.
De dokter reikte mijn vader na dit afscheid nog een glaasje water aan, want hij had dorst. Daarna bracht hij hem met een injectie in slaap. Het was een heel andere slaap dan die van de nacht ervoor; veel rustiger en dieper. Er werd bij hem gewaakt. Vanwege de korte nacht die ik zelf daarvoor had gehad, was ik niet ingedeeld bij de waakploeg. De volgende dag, 13 januari om kwart voor negen, kwam mijn broer mij en mijn vriend uit bed halen. “Nu is het zo voorbij!”. We haastten ons naar mijn vader toe. Hij was al opgehouden met ademen. Zijn pols was er nog, heel zwak. Nog even een klein zuchtje .. en toen was hij echt weg. Er was een vredige trek over zijn gezicht gekomen.
Mijn noodkreet van een goed etmaal daarvoor was verhoord. Het was volbracht.
In het leed
Op Haïti stond inmiddels de wereld op zijn kop. Vele tientallen duizenden mensen lagen er levend of dood onder het puin. Pas een dag na de aardbeving las ik het op teletekst; beelden wilde ik toen nog niet zien.
Nog een fragment uit het lied in “Van Zon op Zaterdag”:
Wil je weten of God echt bestaat…
Ga dan eens langs in Port-au-Prince of Tsjaad.
Er is niks. Nee geen God, helemaal niks!
De gemiddelde Haïtiaan, hoe hard hij ook getroffen is, zou je waarschijnlijk verbijsterd aankijken bij de suggestie alleen al. God is daar veel reëler aanwezig dan hier in ons rijke kikkerlandje, waar voor velen het grootste probleem is, dat je een paar uur in de file staat vanwege een fikse sneeuwbui. Juist in het leed laat Hij Zich kennen.
Ja, dat is een boude stelling. Toch durf ik dit te zeggen, omdat ik Gods aanwezigheid zelden sterker heb ervaren dan in de laatste dagen van mijn vaders leven. En dit staat niet op zichzelf; het geldt niet alleen als een Nederlander vredig in zijn bed sterft. De afgelopen weken zijn er ook regelmatig getuigenissen op de TV geweest van Haïtianen die Hem in hun diepe ellende ervaren hebben.
Als ik zeg: ‘Laat het stikdonker mij omringen
en laat het licht om mij heen in nacht veranderen’,
dan is het donker niet donker voor U:
als de dag zou de nacht oplichten,
want donker en licht zijn gelijk voor U.
(Psalm 139:11-12)
Gek
Ik snap niets van leed, en ik snap niets van het waarom. Maar ik vind het echt te simpel om God dan maar weg te redeneren, vanwege je eigen onbegrip. Hoe gek is het om na deze gebeurtenissen te geloven in een God die als mens heeft geleden; die in feite aan het kruis gestikt is (want dat is de uiteindelijke doodsoorzaak bij kruisiging). Nota bene na de woorden “Ik heb dorst” …
En gek of niet; het is kattekliek.
Geplaatst met toestemming van mijn moeder.
Zie ook “Parallelweg”
Geplaatst door kattekliek 




