Toevallige mijmeringen

16 juli 2009

Erwin-Kroll_Een-warme-wereldWeerman Erwin Kroll heeft in 2007 het boek “Een warme wereld; een positieve kijk op ons klimaat” geschreven. Het gaat – zoals de titel al doet vermoeden – over de opwarming van de aarde. Lang niet iedereen is ervan overtuigd dat de mens daarin een daadwerkelijke rol speelt. Maar Kroll is een ‘believer’, oftewel: hij gelooft dat de klimaatsverandering veroorzaakt wordt door menselijk toedoen – en niet (enkel) door natuurlijke variaties. De manier waarop hij over het thema schrijft, is ronduit boeiend! Ik heb dit boek dan ook in één ruk uitgelezen.

Voor den beginne
Dit blog is niet bedoeld om in te gaan op de vraag of de opwarming van de aarde inderdaad iets te maken heeft met onze uitstoot van broeikasgassen, of dat het door natuurlijke temperatuurschommelingen komt.

Waar gaat het dan wel over? Het hoge spirituele gehalte van het begin van Krolls boek. Ik heb geen idee of hij zelf gelovig is – maar de eerste hoofdstukken vond ik erg ontroerend!

Voor het begin

Vóór het begin was er niets.
Er was geen hemel, er was geen aarde en er was geen licht. Dag en nacht bestonden niet en ook het hemelgewelf ontbrak. Geen zon was er en ook geen maan. Er was geen land en ook geen zee, en planten groeiden nog nergens. Geen vissen bevolkten geen oceaan, geen vogels geen luchtruim.
Geen mens was er om dit niets te aanschouwen, geen dag nog om te rusten.
(blz 15)

Prachtig dit, een soort pre-Genesis! Een mooie opmaat voor de komende twee hoofdstukken, over ontstaan van heelal en aarde.

Het ‘hoe’ van de schepping
vroege-aarde

Kroll vertelt het scheppingsverhaal in de vorm van het ‘hoe’. Hij gaat stapsgewijs langs het ontstaan en de ontwikkeling van het heelal, de sterren en planeten, de aarde en het leven daarop. Over het ‘waarom’ laat de auteur zich daarbij niet uit.

“En toen, ineens, was het er: het heelal.” (blz 17) De big bang – van niets naar iets in minder dan een fractie van een seconde. In het begin is het een razende wirwar van energie en massa – die in theorie eeuwig had kunnen blijven voortbestaan. Minuscule oneffenheden zorgen er echter voor dat er massa ontstaat én blijft. Uit dit gloeiend hete gas ontstaan later de sterren en planeten, waaronder de aarde.

Door een precies samenspel van radioactiviteit en ruimtelijke botsingen ontstaan het magneetveld en de korst van de aarde. Dat tezamen zorgt voor een atmosfeer en oceanen waarin leven kan ontstaan. Wanneer het leven om dreigt te komen in zijn eigen afvalstoffen (zuurstof!), ontstaan er bacteriën die dat (terug)vormen naar koolzuurgas. Zo ontstaat een evenwicht wat er tot op de dag van vandaag is. Uit de bacteriën ontstaan meercellige levensvormen … en toen was er Darwin en the rest is history! Dat laatste zegt Erwin Kroll niet zo, maar het is mijn erg korte samenvatting van het alombekende evolutieverhaal.

Toeval of niet?
dobbelstenenZonder al die stappen zou Kroll er niet geweest zijn om het allemaal op te schrijven en wij niet om het te lezen. Ja, als je hierop terugblikt, is het natuurlijk logisch dat het allemaal zo is gegaan. Immers, er had maar één ding anders hoeven te gaan, en wij waren er niet geweest om het te weten.

De vraag werpt zich op: was het allemaal toeval? “[...] als het slechts toeval was, dan toch wel een fantastisch toeval.” (blz 37) Toeval. Het valt je toe. Waar het dan vandaan komt, daar zegt het niets over – daar kun je zowel een niet-gelovige als een gelovige invulling aan geven. Erwin Kroll laat dat aan zijn lezer over.

De God van de samenhang
Wat het in ieder geval níet is, is het werk van een ‘God of the gaps‘. Met God kun je geen gaten invullen; door Hem krijgt alles juist zijn samenhang.

God is oneindig veel groter dan al zijn werken.(Sir 43:28) ‘Hoger dan de hemel reikt uw majesteit’ (Ps 8:2), ‘zijn grootheid is niet te doorgronden’ (Ps 145:3). Maar omdat Hij de hoogste en vrije Schepper is, eerste oorzaak van al wat bestaat, is Hij in het diepste innerlijk van zijn schepselen aanwezig. ‘Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn’ (Hand 17:28). Volgens de woorden van de heilige Augustinus is Hij ‘dieper dan mijn diepste innerlijk en hoger dan het hoogste van mij’ (Belijdenissen).
(Catechismus van de Katholieke Kerk, par. 300)

Hoe meer gaten in onze kennis door de wetenschap worden ingevuld, des te meer wordt de grootheid van Gods schepping zichtbaar. En daarmee ook Zijn eigen grootheid. Dat is precies wat de eerste hoofdstukken van Krolls boek bij mij opriepen – een overweging van de grootheid en heerlijkheid van God!

Dit artikel in Trouw van gisteren sluit hier mooi bij aan: God is helemaal niet zielig, door Bart Braun


Vagevuur (2) volgens de vroege Kerk

13 juli 2009

Nu het vervolg op Vagevuur (1) wat is het, is het Bijbels? in de serie Katteklieke antwoorden.

processie-in-catacombe-van-Callistus

Een processie in de catacomben van de H. Callistus in Rome. De catacomben bevatten inscripties van gebeden voor de doden.

Dit is het tweede deel van drie posts over dit onderwerp.

Geschiedenis van het geloof in het vagevuur

Vanaf het vroegste begin van de Kerk geloofde men in een staat na de dood waarin zielen van mensen die in vriendschap met God zijn gestorven tijdelijk verblijven, en waarin zij worden gezuiverd om uiteindelijk God van aangezicht tot Aangezicht te mogen zien. Er werd gebeden voor de overledenen, zoals uit vroeg-christelijke inscripties blijkt. Dit heeft alleen zin als het mogelijk is dat iemands ziel na diens overlijden van staat kan veranderen en het impliceert dus geloof in een staat van loutering.

Tot aan de Reformatie werd dit geloof nooit op brede schaal in twijfel getrokken. Enkelen, waren de vierde-eeuwse Aëris van Pontus en de twaalfde-eeuwse katharen. Zij weken ook anderszins ver van het orthodoxe geloof af (ook zoals dat nu door protestanten wordt aangehangen).

Vroege kerkvaderen over het vagevuur
Kerkvaderen als de heilige Justinus, Ephraem, Chrysostomus en Augustinus schreven in de eerste vijf eeuwen van onze jaartelling over gebed voor de doden en de loutering na het overlijden. Een greep uit de teksten, met het jaartal tussen vierkante haakjes:

“Wat dan? Dat de zielen der vromen weliswaar op een betere plaats verblijven, van de zondigen en slechten echter op een slechtere, in afwachting van de tijd van het oordeel. Zo sterven eerstgenoemden niet meer, wanneer zij Gode gewaardig geoordeeld zijn, maar de anderen worden gestraft, wanneer zij Gode gewaardig geoordeeld zijn, maar de anderen worden gestraft zolang God wil dat zij daar zijn en gestraft worden.”
H. Justinus in zijn Dialoog met de jood Tryphon, 5 [~150]

“Op de jaardag van hun geboorte dragen wij voor de overledenen offers op.”
Tertullianus in “De Corona”, 3 [211]

“Weest mijner indachtig, broeders, wanneer mijn dertig dagen voorbij zijn. De overledenen worden immers geholpen door het offer dat de levenden opdragen….. 78: “Als de mannen van Mathatias, die de geheimen in stand hielden, voor hun legers, zoals gij leest, door offers de misdaden uitboetten van hen die in de oorlog gevallen waren en zich goddeloos gedragen hadden, hoeveel te meer delgen dan de priesters des Zoons door hun heilige offers en door de gebeden hunner lippen de misdaden der overledenen uit!”
H. Ephraem in “Testamentum”, 72 [vierde eeuw]

“Wanneer wij gelijkerwijze ook voor de overledenen, ook al zijn zij zondaars, gebeden aan God opdragen, doen wij geen nutteloos werk, maar dragen Christus, die voor onze zonden geslachtofferd is, ons beijverend God zowel voor hen als voor ons gunstig te stemmen.”
H. Cyrillus van Jerusalem in “Catecheses”, 23, 10 [350]

“Wat kan er nuttiger zijn dan het voorlezen der namen van de overledenen? Wat is er geschikter en bewonderenswaardiger, namelijk dat de aanwezigen zich overtuigen, dat de doden leven en niet in het niet zijn teruggestort, maar bestaan en bij de Heer leven; alsook dat een zeer godsdienstige lofrede gehouden worden, waardoor zij hoop hebben die voor hun broeders bidden als waren zij naar buiten vertrokken? De gebeden die voor hen gestort worden zijn immers nuttig, hoewel zij niet alle schuld uitwissen.”
H. Epiphanius in “Adversus haereses Panarium”, 75: 8 [~374]

“Hij kan immers geen deel hebben aan de godheid, als niet het zuiverend vuur de smet die aan het gemoed kleeft gezuiverd heeft.”
Gregorius van Nyssa in “Oratio de mortuis” [382]

“Niet zonder reden is door de apostelen door wetten bepaald, dat bij de vererenswaardige en vreeswekkende geheimen de gedachtenis geschiede van hen die ontslapen zijn. Zij wisten, dat hun hieruit veel voordeel, veel nut, deelachtig werd. Hoe zullen wij God immers niet door ons gebed verzoenen op dat tijdstip, dat het gehele volk en de gehele menigte priesters met uitgestrekte handen staat, en dat vreeswekkende slachtoffer aanwezig is? En wel voor hen die in geloof ontslapen zijn.”
H. Joannes Chrysostomus in zijn homilie op de brief aan de Philippenzen, 3, 4 [387]

De H. Augustinus [354-430]  schrijft er op diverse plaatsen over:

H. Augustinus van Hippo

H. Augustinus van Hippo

“Er kan niet aan getwijfeld worden, dat de doden geholpen worden door de gebeden van de heilige Kerk, en door het heilzaam Offer, en door de aalmoezen, die voor hun ziel uitgedeeld worden, opdat God barmhartiger met hen handele dan hun zonden verdiend hebben. Dit is immers door de Vaders overgeleverd en neemt de gehele Kerk in acht, dat voor hen die in gemeenschap met het lichaam en bloed van Christus gestorven zijn, gebeden wordt, wanneer hun gedachtenis bij genoemd Offer op hun vaste plaats geschiedt, en erbij gezegd wordt, dat dit voor hen ook wordt opgedragen. Wanneer er dan om hen te gedenken werken van barmhartigheid vereist worden, wie zal er dan aan twijfelen, dat zij bijgestaan worden, voor wie niet zonder vrucht tot God gebeden gericht worden? Er behoeft volstrekt niet aan getwijfeld te worden, dat dit de overledenen ten goede komt; maar aan dezulken die vóór hun dood zó geleefd hebben, dat hun dit na hun dood ten nutte kan zijn.”
In “Sermo”, 172, 2, 2

“Tijdelijke straffen lijden sommigen slechts in dit leven, anderen na de dood, anderen zowel nu als dan, maar vóór dat allerstrengste en laatste oordeel. Niet allen echter, die na hun dood tijdelijke straffen verduren, komen in de eeuwige straffen, die er na dat oordeel zullen zijn.”
In “De civitate Dei”, 21, 13

“Men houde aan, dat er slechts zuiverende straffen zullen zijn vóór dat laatste en vreselijke oordeel.”
In “De civitate Dei”, 21, 16

“In de boeken der Makkabeeën lezen wij, dat voor overledenen een offer werd opgedragen. Maar ook al werd het volstrekt nergens in de H. Schrift gelezen, dan is er het niet geringe gezag van de gehele Kerk, dat in deze gewoonte helder uitschijnt, waar bij de gebeden van de priester, die tot de Heer aan het altaar gestort worden, ook de aanbeveling der doden plaats heeft.”
In “De cura pro mortuis gerenda”, 1, 3

“Zuiver mij, Heer, in dit leven, opdat ik vrij blijve van het vuur, dat bestemd is om de zielen in de andere wereld te zuiveren.”
In zijn commentaar op Ps. 37

“en men mag niet loochenen, dat de zielen der overledenen door de godsvrucht van hun dierbare overlevenden opgebeurd worden, wanneer voor hen het offer van de Middelaar wordt opgedragen, of aalmoezen in de Kerk gegeven worden. Maar hun komt dit ten goede, die, toen zij leefden, verdiend hebben, dat dit hun later ten goede kon komen.”
In “Enchiridion”, 110

(Nederlandse vertalingen genomen van deze site)

Wordt binnenkort vervolgd.

21

Ora et labora

11 juli 2009

StBenedictus_van_NursiaVandaag, 11 juli, is het de feestdag van Sint Benedictus van Nursia (480-547). Benedictus wordt algemeen beschouwd als vader van het kloosterleven in de Latijnse (westerse) Kerk. Hij heeft op die manier een zeer grote invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van de maatschappij, de cultuur, het onderwijs en de wetenschapsbeoefening in Europa. Van Benedictus is de bekende spreuk “ora et labora” (Latijn voor “bid en werk“) afkomstig.

Zelf heb ik op tamelijk directe wijze te maken met de heilige Benedictus. Ik weet mij zeer geïnspireerd door zijn regel, zoals die wordt nageleefd in een trappistinnenabdij waar ik voorheen regelmatig op retraite ging. Tegenwoordig kom ik daar minder frequent en ik weet inmiddels dat ik niet geroepen ben tot het religieuze leven. Maar nog steeds hebben de daar opgedane ervaringen invloed op mijn dagelijks leven en mijn geloofsbeleving.

Om iets van de sfeer en het leven in zo’n gemeenschap te proeven, zul je hier in de komende tijd regelmatig een stukje uit één van mijn retraiteverslagen kunnen lezen. Maar nu om te beginnen wat achtergrondinformatie over de heilige die ten grondslag heeft gestaan aan dat alles:

Bron van onderstaande tekst: Wikipedia (met enkele kleine aanpassingen)

Korte levensgeschiedenis
Benedictus werd in 480 geboren in Nursia, het tegenwoordige Norcia in de buurt van Perugia. Al op veertienjarige leeftijd sloot hij zich aan bij een groep kluizenaars. Uiteindelijk belandde deze groep in Subiaco, ten oosten van Rome, waar het klooster Santo Speco ontstond. Hij werd tot overste gekozen in Vicovaro, maar was zo streng dat de monniken het benauwd kregen en zelfs probeerden hem te vermoorden door hem een gifbeker voor te zetten. Toen hij die echter zegende, brak de beker. Om dit soort conflicten in het vervolg te vermijden stichtte hij zijn eigen gemeenschap op de Monte-Cassino. Beroemde volgelingen waren onder andere de Heilige Maurus en de Heilige Placidus. Hij stierf in 547 op de Monte-Cassino en is in 1964 door paus Paulus VI uitgeroepen tot patroon van Europa.

De regel van Benedictus
De enorme invloed van Benedictus is vooral toe te schrijven aan zijn kloosterregel, de Regula Benedicti. Volgens Benedictus moesten de monniken drie geloften afleggen: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid aan de abt. De monniken moesten zich toeleggen op het bidden en de handenarbeid, volgens bovengenoemde uitspraak Ora et labora. Het bidden werd gedaan door acht maal per dag deel te nemen aan het getijdengebed. Ten slotte moesten de monniken zich bezighouden met de lectio divina (het mediterend lezen van de Bijbel en de kerkvaderen).

Verspreiding van de regel
De regel van Benedictus is een afgewogen ritme van gebed, werk en rust. Hierdoor verspreidde de orde der benedictijnen, zoals ze naar Benedictus zouden gaan heten, zich in snel tempo over heel Europa. Dit gebeurde zowel door het invoeren van de regel in reeds bestaande kloosters als het stichten van nieuwe kloosters. In de loop van de eeuwen zijn er nieuwe kloosterordes ontstaan uit de benedictijnen, zoals de cisterciënzen en de trappisten. Alhoewel tegenwoordig het kloosterleven in West-Europa is gedecimeerd, bevinden zich in ons werelddeel en elders op de wereld nog steeds vele abdijen en kloosters die zich baseren op de regel van Benedictus.


Psalmen gezongen met Calvijn

10 juli 2009

calvijnVandaag is het precies vijfhonderd jaar geleden dat de reformator Johannes Calvijn werd geboren. Dit gehele jaar staat in ons calvinistische kikkerlandje in het teken van zijn halve-millenniumfeest.

In het kader daarvan zijn er dit voorjaar op diverse plaatsen meezingconcerten “Psalmen zingen met Calvijn” geweest. Daar zijn psalmen uit de gehele traditie – van joods, gregoriaans, op hele noten tot aan moderne popmuziek – ten gehore gebracht.

Eén van die concerten vond plaats op 14 mei j.l. in Zeist. De moeite waard om te beluisteren! Tussen de liederen door is er uitleg over de verschillende tradities waaruit gezongen wordt. En als je heel goed luistert, hoor je misschien ook nog een kattekliek geluid!

Calvijn en de Psalmen – Noorderlichtkerk Zeist, 14 mei (MP3, ~20 MB)
(om te downloaden: rechtsklikken en kies ‘opslaan als/save as’)

Programma:
1. Psalm 23 – The Lord’s my shepherd (Brother James’s air)
2. Psalm 150 – Looft God looft Hem overal (LvdK 1973)
3. Psalm 122 – Laten wij gaan… (uit Voor de Kinderen van Korach)
4. Psalm 114 – B’tseit Yisrael (Hebreeuws, Hans Bloemendaal)
5. Psalm 66 – Jubilate Deo (gregoriaans)
6. Psalm 130 – Aus tiefer Not (Maarten Luther)
7. Psalm 46 – Dieu est pour nous la forteresse
8. Psalm 46 – God is een toevlucht t’allen tijde (LvdK 1973)
9. Psalm 42 – ‘t Hijgend hert (berijming 1773)
10. Psalm 93 – Koning is onze God (uit Vijftig Psalmen, Pirenne)
11. Psalm 84 – Hoe lieflijk is Uw woning (chant NBV)
12. Psalm 25 – Houd mij in leven (GvL)
13. Psalm 130 – Uit de diepten (Psalmen voor nu)
14. Psalm 131 – U helpt mij Heer (Schots traditional)
15. Psalm 91 – Gij kent de Heer als uw toevlucht (Abdijboek)
16. naar Psalm 103 – Bless the Lord my soul (Taizé)
17. naar Psalm 103 – Loof de Koning (LvdK 1973 gez 460)


Sterk en sociaal

8 juli 2009

paus-tekent-encycliekCaritas in veritate (”Liefde in waarheid”) is de nieuwste encycliek van paus Benedictus XVI, over de sociale en economische situatie in de wereld. Het pauselijk schrijven is op 29 juni ondertekend en is gisteren uitgebracht. Eigenlijk zou deze encycliek al eerder uitgegeven worden. Dat is echter uitgesteld toen eenmaal duidelijk werd hoe veelomvattend de financiële crisis was. De paus wilde ook de huidige gebeurtenissen erbij betrekken. Nu, op de vooravond van de G8-top in Italië, was het dan zover!

Een verrassing
Blijkbaar komt de inhoud van Caritas in veritate bij de media als een verrassing. De paus zou ineens linkse trekjes gekregen hebben. “[Had hij] in het recente verleden een aartsconservatieve kijk op de wereld, [nu presenteert hij] ideeën die de gemiddelde anti-globalist ronduit vrolijk zullen stemmen“, aldus de Volkskrant. Waarom de ideëen van de paus vergeleken worden met die van een anti-globalist – terwijl hij zich juist uitspreekt voor het wereldwijd de handen ineenslaan voor een eerlijker verdeling – is mij niet geheel duidelijk. Maar in ieder geval wordt er wel een breuk met het verleden gesuggereerd.

Is er inderdaad zoveel veranderd in de kijk van deze paus en t.o.v. zijn voorgangers? Ik heb nog geen tijd gehad om deze encycliek helemaal te lezen en zal die tijd ook pas nemen als er een Nederlandse versie beschikbaar is. Een korte bloemlezing is alvast veelbelovend! Onlangs heb ik wel een andere encycliek over dit thema gelezen, één van bijna 120 jaar oud. Het gaat om Rerum novarum, geschreven door paus Leo XIII in 1891. Het is opvallend hoe modern de sociale analyse in die encycliek aandoet en hoeveel er in de loop van de geschiedenis van bleek te kloppen.

Niets nieuws onder de zon
Toen Rerum novarum (”Over nieuwe dingen”) uitkwam, was er een enorme kloof tussen rijk en arm in de westerse wereld. Het marxistisch socialisme stond nog in zijn kinderschoenen, maar de paus zag toen al wat het probleem met dat systeem was – hoe aantrekkelijk het op het eerste gezicht ook mocht lijken. Het zette de verschillende klassen tegen elkaar op, terwijl juist samenwerking de enige echte oplossing kon zijn. De geschiedenis heeft hem gelijk gegeven: het marxisme heeft zich ontpopt tot een totalitair communistisch systeem vol corruptie en ontkenning van menselijke waardigheid. Hele generaties achter het ijzeren gordijn zijn erdoor verziekt.

ACV-logo

Christelijke vakbewegingen zoals het Algemeen Christelijk Vakverbond in België werden opgericht n.a.v. Rerum novarum.

Tegelijkertijd maakte de negentiende-eeuwse paus zich sterk voor het oprichten van vakbonden, om zo de werkende klasse een krachtig instrument te geven om te onderhandelen over arbeidsomstandigheden, lonen enz. Zulke organisaties zijn inderdaad opgericht en hebben tot de emancipatie van de werknemers geleid. De gewenste en benodigde samenwerking tussen de klassen is er daadwerkelijk gekomen.

Over lonen schreef Leo XIII:
“Altijd blijft bij [de overeenstemming over de hoogte van het loon] van kracht de eis der natuurlijke rechtvaardigheid, dringender en ouder dan de vrije wil der contracterende partijen, dat nl. het loon niet ontoereikend mag zijn voor het onderhoud van een sober en oppassend werkman. En gesteld dat een werkman, door nood gedwongen of uit vrees voor erger hardere voorwaarden aanvaardt en die zelfs tegen zijn wil wel moet aanvaarden, omdat zij door de patroon of de aannemer worden opgedrongen, dan ondergaat die werkman geweld, waartegen de rechtvaardigheid in verzet komt.”
(par 5, alinea 35)

Inmiddels hebben we hier bescherming van de werknemer door minimumlonen. Maar in grote delen van de wereld is dit punt nog steeds even actueel als aan het eind van de negentiende eeuw. Ondanks de naam van de encycliek dus eigenlijk niets nieuws onder de zon.

Uit dit voorbeeld blijkt dat de katholieke Kerk ook dik een eeuw geleden al wist waar ze het over had. Ze had een realistische en soms ronduit profetische kijk op de sociale en economische omstandigheden van haar tijd. Er is geen trendbreuk te bespeuren met de huidige encycliek van Benedictus XVI. Sterker nog: het geeft juist alle reden om de inhoud van deze nieuwe encycliek zeer serieus te nemen.

Business-lectuur
Econoom Herman Wijffels verwacht dat Caritas in veritate impact gaat hebben op het bedrijfsleven. “Over het algemeen behoren encyclieken niet tot de business-lectuur. Maar we leven nu in een crisis en mensen zijn op zoek naar nieuwe oriëntaties. Daarom zal dit stuk meer aandacht trekken dan encyclieken meestal ten deel valt.” (katholieknederland.nl)

We zullen zien hoe het gaat lopen. Het zou in ieder geval mooi zijn als er meer aandacht komt voor de scherpe blik op dit onderwerp, waarvan de katholieke Kerk al heel veel langer blijk heeft gegeven. We kunnen allemaal terugkijken in de geschiedenis en de inhoud van de sociale encyclieken vergelijken met wat er in de decennia daarna gebeurde. Een eerlijk observator zal dan tot de conclusie komen, dat het Vaticaan toch zo stoffig en ouderwets niet is.

De Nederlandse vertaling van Caritas in veritate zal op dit blog gelinkt worden, zodra deze beschikbaar is (naar verwachting in augustus).


Mijn eerste keer

6 juli 2009

… Communie uitreiken, wel te verstaan!

Communie-uitreikenMet enige regelmaat lees ik voor tijdens de vieringen in onze parochie. Bij ons delen de lectoren normaliter ook de Communie uit. Daar wil ik niet aan meedoen, om twee redenen. Ten eerste omdat de priester het – behalve in noodgevallen – zelf behoort te doen (en een noodgeval is niet dat het anders 10 i.p.v. 5 minuten duurt, maar wanneer bijvoorbeeld met Kerst of een uitvaart de hele kerk stampvol zit). En ten tweede omdat ik er een heilige schroom voor heb. De Communie ontvangen, dat is één ding. Hem uitdelen, terwijl ik er liever in aanbidding voor zou willen neerliggen … dat is weer een heel ander verhaal! Ik vraag dan ook altijd vantevoren aan de koster of hij het van mij wil overnemen (hetgeen nooit een probleem is). Als ons gelegenheidskoor zingt, is er daar ook iemand nodig voor het uitreiken van de Communie. Dan vraag ik het dus voor aanvang van de viering ook aan iemand anders uit dat koortje.

Maar gisteren had ik vergeten om deze mensen te vragen, besefte ik ineens tíjdens de Mis. Rijkelijk laat dus om nog iets te regelen. De priester stond na het Lam Gods wat hulpeloos om zich heen te kijken en toen ben ik toch maar opgestaan. Hij wenkte vervolgens ook de koster. Eerst communiceerden we zelf onder twee gedaanten. De koster kreeg Hosties voor de helft van de mensen in de kerk (de andere helft deed de priester zelf) en ik kreeg het schaaltje voor het koor. Ik stond te trillen op mijn benen en het zweet brak me uit! De priester was verbaasd mij daar te zien (hij weet precies hoe ik erover denk) en zei “Wil jij de Communie uitreiken?!”. Tja, willen … maar goed. Gelukkig was het maar voor een kleine groep, maar dat was een schrale troost.

Ondanks dat ik me nogal bekeken voelde, vroeg ik de priester om de zegen over mij uit te spreken, zodat ik het in ieder geval op juiste en waardige wijze zou kunnen doen. Achteraf gezien was ik blij dat ik die tegenwoordigheid van geest had – al vond ik het wel wat minder dat ik die zegen kreeg en de koster niet (bij ons wordt dat anders bij mijn weten helemaal nooit gedaan). Na het ontvangen van de zegen, wat door mijn zenuwen aardig langs me heen is gegaan, liep ik naar mijn medekoorleden en gaf hun de Hostie. “Lichaam van Christus …. Lichaam van Christus …”. Wat een vreemde gewaarwording om ineens aan de ‘andere kant’ te staan! Een hele tijd geleden schreef ik eens iets over de handcommunie en dat kwam nu in driedubbele mate terug. Het was haast té veel. Ik ben nog urenlang van slag geweest – had niet verwacht dat het zóveel impact zou hebben.

Sjonge, wat ik me afvraag, hoe ervaren priesters de Mis eigenlijk? Als het uitreiken van de Communie al zoveel doet, wat moet het dan wel niet zijn om daar aan het altaar te staan met een stukje brood in je handen, wetende dat het door Gods Geest onder jouw woorden en gebaren op een gegeven moment geen brood meer is, maar de Heer van hemel en aarde? En een beetje wijn, dat vervolgens Zijn Bloed wordt …

Enfin, de volgende keer vraag ik toch maar weer iemand anders om de Communie uit te reiken.


Vagevuur (1) wat is het, is het Bijbels?

5 juli 2009

Vandaag het begin van de serie Katteklieke antwoorden. Als eerste: het vagevuur, iets waar vele christenen – protestanten én katholieken – slechts een vaag begrip van hebben.

Dit is het eerste deel van drie posts over dit onderwerp.

Louteringsplaats
vagevuurHet vagevuur – in het Latijn purgatorium (louterings- of reinigingsplaats) geheten – is een staat waarin de zielen van overledenen, die in Christus zijn gestorven maar die niet volledig zonder zonden waren, gelouterd worden. Hun zonden zijn hun dus vergeven; dat is met het ene, volledige offer van Jezus gebeurd. Maar net zoals een lichamelijke verwonding tot een litteken kan leiden, leidt een zonde a.h.w. tot een litteken in de ziel. Je kunt het ook vergelijken met dat je enorme ruzie met iemand gehad hebt en dat bijgelegd: jullie zijn weer vrienden, maar het is vaak wel een kwestie van ‘vergeven, niet vergeten’. Omdat God Zelf volkomen zondeloos en perfect is, kun je Hem ook alleen maar tegemoet treden (i.e. naar de hemel gaan) als je zelf geen teken van de zonde meer draagt. De volkomen reiniging daarvan gebeurt in het vagevuur. Iemand die in het vagevuur is, gaat uiteindelijk altijd naar de hemel. Iemand die naar de hel gaat, gaat niet eerst naar het vagevuur. Dat zou even zinloos zijn als een operatie voor iemand die al overleden is.

Bidden voor zielen in het vagevuur
Het is mogelijk om te bidden voor mensen die in het vagevuur zijn, opdat hun loutering bespoedigd wordt en ze sneller voor eeuwig bij God zullen zijn. De band van broeders en zusters in Christus gaat over de dood heen – en daarom kun je ook tot God bidden voor mensen die naar hun lichaam dood zijn, maar in het hiernamaals leven in het vagevuur. Net zoals je bidt voor mensen die het in dit leven moeilijk hebben. Alleen als ze in de hemel zijn, heeft dat niet zoveel zin meer, aangezien ze dan de vervolmaking bereikt hebben en God direct schouwen. Ze hebben dan niets meer nodig. Je kunt hun dan beter vragen voor jóu te bidden, want voor ons valt er altijd nog wel wat te wensen (totdat wij – Deo volente – ook Hem zien van aangezicht tot aangezicht). Dit raakt dan weer aan de heiligverklaringen, maar dat komt wel een andere keer.

Het vagevuur in de Bijbel
Hierbij enkele Schriftplaatsen over het vagevuur- de eerste canoniek en de laatste deuterocanoniek. A propos die laatste: protestanten erkennen de Makkabeeënboeken niet als zijnde een deel van de Bijbel. Maar zelfs als je het als niet-geïnspireerde geschiedenis leest, geeft het in ieder geval aan dat de Joden het concept van een louteringsplaats na de dood kenden (en daar geloven religieuze Joden vandaag de dag nog steeds in).

Naar de mij gegeven genade van God heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd waarop een ander voortbouwt. Maar laat iedereen uitkijken hoe hij daarop verder bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus. Of men nu op deze grondslag verder gaat met goud, zilver, kostbare stenen, of met hout, hooi en stro, ieders werk zal aan het licht komen. De oordeelsdag zal het aantonen, want die verschijnt met vuur, en het vuur zal uitwijzen wat ieders werk waard is. Houdt het bouwwerk dat iemand optrok stand, dan zal hij loon ontvangen. Verbrandt het, dan zal hij schade lijden; hijzelf zal gered worden, maar, om het zo te zeggen, door het vuur heen.
(1Kor 3:10-15)

Judas hergroepeerde zijn leger en ging naar de stad Adullam. Omdat de sabbat aanbrak reinigden ze zich zoals het gebruik was en heiligden daar de sabbat.
De volgende dag wijdden Judas en de zijnen zich aan de dringende taak om de lijken van de gevallenen te bergen en ze bij hun verwanten in hun familiegraf bij te zetten. Daarbij ontdekte men onder de kleren van al de gevallenen amuletten van de afgoden van Jamnia, dingen dus die de Judeeërs volgens de wet niet mogen bezitten. Toen was het voor iedereen duidelijk, waarom ze gesneuveld waren. Iedereen prees de Heer, de rechtvaardige rechter, die het verborgene aan het licht brengt. Maar ze baden en smeekten ook dat de zonde, door de gevallenen begaan, geheel zou worden vergeven. De edele Judas vermaande het volk zich vrij te houden van zonde, want met eigen ogen hadden ze bij de gevallenen de gevolgen van de zonde kunnen aanschouwen. Daarna hield hij onder zijn soldaten een inzameling die tweeduizend drachmen zilver opbracht. Hij stuurde dat geld naar Jeruzalem voor een zondeoffer. Dat was een mooie en edele daad, ingegeven door de gedachte aan de verrijzenis. Want als hij niet gehoopt had, dat de gevallenen zouden verrijzen, dan was het nutteloos en dwaas geweest om voor de overledenen te bidden. Bovendien bedacht hij dat voor degenen die godvruchtig sterven een prachtige beloning is weggelegd; inderdaad een heilige en vrome gedachte! Daarom liet hij voor de overledenen een zoenoffer opdragen, opdat ze van hun zonde zouden worden vrijgesproken.

(2 Mak. 12:38-45)

Wordt binnenkort vervolgd.


Protestantse vragen, katteklieke antwoorden

5 juli 2009

oecumeneOnlangs kreeg ik de vraag, of er verschillen zijn tussen protestanten en katholieken.  De overeenkomsten tussen christenen van diverse denominaties – zeker degenen van orthodox slag – zijn in mijn ervaring veel groter dan de verschillen. Toch is niet alles hetzelfde. De opvattingen over bijvoorbeeld de rol van Bijbel en Traditie, de Eucharistie, Maria, de heiligen zijn o.h.a. aardig verschillend. Ook in geloofservaring en godsbeeld zijn er verschillen tussen denominaties en individuele christenen.

Hier valt prima mee te leven, zolang je elkaar in je waarde laat. Maar er heersen helaas – zowel bij protestanten als katholieken! – veel misverstanden over wat de ander gelooft. De beste manier om daar wat aan te doen, is: uitleg geven. Ik zal op mijn blog dus mede aandacht gaan besteden hieraan. Niet met de bedoeling om wie dan ook te overtuigen, maar wel om vaak verkeerd begrepen onderdelen van de katholieke leer te verduidelijken. Dan wordt beter duidelijk wat nu échte verschillen zijn en wat niet. En dat bevordert de ware oecumene: niet het wegpoetsen van verschillen, maar wel het respecteren van elkaars (verschil van) mening en waar mogelijk samen het geloof beleven.

Deze posts zijn terug te vinden in de categorie Katteklieke antwoorden. Ik doe ook aan ‘verzoeknummers’, voor zover het vragen betreft waar ik voldoende van af weet en die ik zelf ook interessant vind. Dus als je iets wilt weten: vraag het!


Eén wens teveel

3 juli 2009

visserEr waren eens een arme man en vrouw. Ze woonden in een klein, armoedig hutje. Naast het hutje stroomde een rivier. Op een dag was de man daar aan het vissen.

Plotseling had hij beet! Er zat een grote vis aan de haak. Tot zijn verbazing begon de vis tot hem te spreken! “Gooi me terug, en doe een wens. Die zal zeker uitkomen!”.

De man waagde het erop. Hij maakte de vis los en wierp hem terug in de rivier. Hij wenste een huis met waterleiding, verwarming en een fornuis. En ja, thuis vond hij zijn vrouw, in een mooi huis. Ze waren heel blij!

Een tijdje later zei de vrouw: “Kun je niet teruggaan en vragen om een kasteel?” Zo gezegd zo gedaan. De man ging naar de rivier, riep de vis en gaf de nieuwe wens door. Het huis veranderde in een groot kasteel. Toen hij thuiskwam, zag hij zijn vrouw in prachtige kleding, een echte jonkvrouw!

Maar nog was ze niet tevreden. “Kun je de vis niet vragen om mij koningin te maken? Ik wil graag een paleis, vol met dienaren!” Weer ging de man het vragen en weer werd zijn wens verhoord. De dienaren liepen af en aan, bogen voor hem en zijn vrouw en deden alles wat ze vroegen.

Nóg was het niet genoeg! “Zou je weer naar de vis willen gaan, en hem vragen om mij God te maken?”, zei de vrouw. De man vond dit wel heel gewaagd, maar wilde zijn vrouw niet teleurstellen. Hij vroeg het aan de vis en die vond het goed.

En wat zag hij toen hij thuiskwam? Zijn vrouw, alleen en in armoedige kleding. In hun oude, bouwvallige hutje!


Misvattingen over God

30 juni 2009

DawkinsEen tijdje geleden las ik het boek “God als misvatting” van de atheïstische wetenschapper Richard Dawkins. Dat was zeer leerzaam, interessant en zelfs vermakelijk leesvoer! De auteur blijkt een uitermate slecht theoloog en een uitermate goed evolutiebioloog.

Rationalisme vs bijgeloof
Dawkins zet in het boek nogal eens ‘christelijke’ stropoppen op om die vervolgens te verbranden. Verder sabelt hij opvallend vaak het Amerikaanse evangelical-geloof neer. Het grappige is dat hij daarbij in veel opzichten – uiteraard zonder het zelf te weten of ooit te zullen willen erkennen – de katholieke leer volgt.

Maar natuurlijk moet ook de katholieke Kerk het ontgelden – alle vormen van religie worden immers aan de kaak gesteld. Toen paus Johannes Paulus II had aangegeven dat de evolutietheorie “meer is dan een hypothese” is, had Dawkins hem in een brief een hypocriet genoemd, die niet oprecht kon zijn over wetenschap. In zijn boek dient hij een mede-evolutionist van repliek, die kritiek had op die brief en die opriep om juist samen te werken met zulke christenen tegen het creationisme. Dat zou volgens Dawkins zijn als de samenwerking van Churchill en Roosevelt met Stalin om Hitler eronder te krijgen. Als de paus de evolutietheorie serieus neemt, is dat nog steeds een vorm van bijgeloof en niet van rationalisme (hoofdstuk 2). Zo wordt natuurlijk elke vorm van dialoog compleet nutteloos en zelfs onmogelijk gemaakt.

Ongewassen aap
mother_teresaDe vorige paus is niet de enige katholiek die het moet ontgelden. Het meest bizar en vergezocht vond ik wel wat Richard Dawkins zei over moeder Teresa:

“Moeder Teresa van Calcutta zei in haar toespraak bij de aanvaarding van de Nobelprijs voor de vrede: ‘De grootste vernietiger van de vrede is abortus’.
Wat? Hoe kan een vrouw met zo’n idiote zienswijze serieus genomen worden over welk onderwerp dan ook, laat staan dat ze de moeite waard gevonden wordt voor een Nobelprijs?” (hoofdstuk 8 )
En dan volgt er nog wat over haar ’schijnheilige hypocrisie’.

Dawkins wijst het katholieke standpunt over de beschermwaardigheid van het menselijk leven vanaf de conceptie af. Daar had het bij kunnen blijven, maar en passant maakt hij zijn ‘tegenstander’ ook nog eens uit voor alles wat mooi en lelijk is en kijkt hij niet verder meer dan z’n neus lang is. Het doet me denken aan Gerard Reve, die schreef:

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

Nu is moeder Teresa natuurlijk wél bekend geworden, dit in tegenstelling tot bovengenoemde zuster Immaculata. Maar verder zijn de overeenkomsten frappant. Richard Dawkins gaat zo enorm tekeer tegen alles wat religie heet. Het lijkt meer op een persoonlijke hetze dan op een goed doordacht betoog. Hij weet er ook goed mee in de publiciteit te komen. Dan denk ik: “Hè, besteed nou toch gewoon je tijd en aandacht aan waar je juist zo goed in bent!”

evolutieBriljant evolutiebioloog
Want uiteraard ontpopt Dawkins zich in zijn boek als enorm goed evolutiebioloog met liefde voor zijn vak. Dat is zijn specialiteit. Het raakt ook aan mijn eigen interesse. Als kind zat ik al met mijn neus in “Het ontstaan der soorten” van Charles Darwin, en vele andere boeken over biologie. Dus dit is helemaal aan mij besteed!

Ik werd dan ook erg enthousiast over hoe Dawkins in “God als misvatting” schreef over evolutie. Hij bracht het als argument tegen godsgeloof, maar bij mij bewerkstelligde het eerder het tegenovergestelde. Maar het heeft toch ook wat veranderd in mijn geloof – al is het subtiel. In de letterlijke interpretatie van de scheppingsverhaal heb ik al nooit geloofd. Voordat ik Dawkins las, achtte ik echter de ID-theorie niet onwaarschijnlijk. Daar ben ik vanaf gestapt. Evolutie, van de pure soort zonder ingrepen van God, is volgens mij ruim voldoende om te verklaren dat wij mensen naar Gods beeld zijn geschapen.

Ook een boek voor gelovigen
“God als misvatting”, de titel zegt het al, is een boek dat de atheïstische boodschap volop uitdraagt. Toch zou ik het aanraden aan gelovigen om te lezen. Het is goed voor een combinatie van gekromde tenen, flinke lachsalvo’s en ademloos dóórlezen. Uniek voor één boek om dat te bewerkstelligen! Het kan je verwondering over de natuur flink doen toenemen. En het helpt je om atheïsten en hun argumenten beter te begrijpen. Verder kweekt het wat eelt op je gelovige ziel. Dat is nooit verkeerd. Als je geloof dit niet aankan, mag je je serieus afvragen hoe sterk het is.